BWBR0009726
Geldig vanaf 1998-07-01
Artikel 6
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen
1. De berekeningsbasis is het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder b, van de Participatiewet.
2. De financiële toelage bedraagt:
a. voor de vreemdeling, bedoeld in artikel 4, onder a: 1°. 70% van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, tenzij het betreft twee echtgenoten die beiden vreemdeling als bedoeld in artikel 4, onder a zijn, in welk geval de echtgenoten ieder 50% van de berekeningsbasis toekomt, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
2°. 90% van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, indien deze vreemdeling een alleenstaande ouder is;
1°. 70% van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, tenzij het betreft twee echtgenoten die beiden vreemdeling als bedoeld in artikel 4, onder a zijn, in welk geval de echtgenoten ieder 50% van de berekeningsbasis toekomt, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
2°. 90% van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, indien deze vreemdeling een alleenstaande ouder is;
b. voor de vreemdeling, bedoeld in artikel 4 onder b: 100 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
c. voor de vreemdeling, bedoeld in artikel 4, onder c, d of e: 100 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, met een maximum van 30% van de berekeningsbasis;
d. voor het kind of de kinderen van de vreemdeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d: 20% van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
e. voor de vreemdeling, bedoeld in artikel 4 onder f: 90 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, met een maximum van 20 procent van de berekeningsbasis;
f. voor de vreemdeling, bedoeld in artikel 4 onder g: 0 procent van de berekeningsbasis;
g. voor de vreemdeling bedoeld in artikel 4, onder h: het bedrag, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder a, van de Participatiewet, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
h. voor de vreemdeling, bedoeld in artikel 4, onder i: 50 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, tenzij het betreft een alleenstaande ouder die gezinshereniging beoogt met een Nederlands kind, in welk geval aan de alleenstaande ouder 70% van de berekeningsbasis toekomt, verminderd met het in aanmerking te nemen vermogen;
i. voor de vreemdeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder e: het bedrag, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder a, van de Participatiewet, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen.
2. De financiële toelage bedraagt:
a. voor de vreemdeling, bedoeld in artikel 4, onder a: 1°. 70% van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, tenzij het betreft twee echtgenoten die beiden vreemdeling als bedoeld in artikel 4, onder a zijn, in welk geval de echtgenoten ieder 50% van de berekeningsbasis toekomt, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
2°. 90% van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, indien deze vreemdeling een alleenstaande ouder is;
1°. 70% van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, tenzij het betreft twee echtgenoten die beiden vreemdeling als bedoeld in artikel 4, onder a zijn, in welk geval de echtgenoten ieder 50% van de berekeningsbasis toekomt, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
2°. 90% van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, indien deze vreemdeling een alleenstaande ouder is;
b. voor de vreemdeling, bedoeld in artikel 4 onder b: 100 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
c. voor de vreemdeling, bedoeld in artikel 4, onder c, d of e: 100 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, met een maximum van 30% van de berekeningsbasis;
d. voor het kind of de kinderen van de vreemdeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d: 20% van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
e. voor de vreemdeling, bedoeld in artikel 4 onder f: 90 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, met een maximum van 20 procent van de berekeningsbasis;
f. voor de vreemdeling, bedoeld in artikel 4 onder g: 0 procent van de berekeningsbasis;
g. voor de vreemdeling bedoeld in artikel 4, onder h: het bedrag, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder a, van de Participatiewet, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
h. voor de vreemdeling, bedoeld in artikel 4, onder i: 50 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, tenzij het betreft een alleenstaande ouder die gezinshereniging beoogt met een Nederlands kind, in welk geval aan de alleenstaande ouder 70% van de berekeningsbasis toekomt, verminderd met het in aanmerking te nemen vermogen;
i. voor de vreemdeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder e: het bedrag, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder a, van de Participatiewet, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen.