BWBR0009700
Geldig vanaf 1998-07-01
Artikel 8
Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid
1. De ontvanger en het Uitvoeringsinstituut zijn beide bevoegd, mits handelende voor gezamenlijke rekening, over te gaan tot uitwinning van het te hunnen behoeve op het saldo van de g-rekening gevestigde pandrecht, alsmede jegens de bij een betaling ten laste van een g-rekening naar een andere g-rekening betrokken rekeninghouders dan wel andere betrokkenen actie te ondernemen wegens wanprestatie of onrechtmatige daad, of welke andere actie dan ook, teneinde de gevolgen van een onjuist gebruik van de g-rekening ongedaan te maken of te compenseren.
2. De met toepassing van het eerste lid ontvangen gelden worden, nadat eventuele aan derden te vergoeden kosten inzake de in het eerste lid bedoelde acties hierop in mindering zijn gebracht, tussen de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut verdeeld naar rato van ieders vorderingen inzake de loon- en omzetbelasting, onderscheidenlijk premie, waarvoor aansprakelijkheid bestaat, met dien verstande dat:
a. de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut in daartoe aanleiding gevende gevallen een afwijkende verdeling overeen kunnen komen, en
b. een eenmaal toegepaste verdeling kan worden herzien indien later bekend wordende gegevens redelijkerwijs tot herziening aanleiding geven.
2. De met toepassing van het eerste lid ontvangen gelden worden, nadat eventuele aan derden te vergoeden kosten inzake de in het eerste lid bedoelde acties hierop in mindering zijn gebracht, tussen de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut verdeeld naar rato van ieders vorderingen inzake de loon- en omzetbelasting, onderscheidenlijk premie, waarvoor aansprakelijkheid bestaat, met dien verstande dat:
a. de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut in daartoe aanleiding gevende gevallen een afwijkende verdeling overeen kunnen komen, en
b. een eenmaal toegepaste verdeling kan worden herzien indien later bekend wordende gegevens redelijkerwijs tot herziening aanleiding geven.