BWBR0009697
Geldig vanaf 1998-06-21
Artikel 5
Regeling experimenten regionale treindiensten
1. De bijdrage wordt slechts verleend indien:
a. de decentrale overheid een opdracht voor het openbaar vervoer per regionale treindienst openbaar heeft aanbesteed, of
b. de decentrale overheid een opdracht voor het openbaar vervoer per regionale treindienst onderhands aan een vervoerder, niet zijnde de vervoerder die op het tijdstip van inwerkingtre-ding van deze regeling op betreffend traject openbaar vervoer per trein verricht, heeft verleend en dit vervoer naar het oordeel van de minister in vervoerkundig opzicht meerwaarde heeft in vergelijking met het vervoer per trein dat voorafgaande aan de opdrachtverlening op het traject werd verricht.
2. De minister beoordeelt de meerwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aan de hand van de door hem verwachte toename van reizigers of vervoeropbrengsten, de verhouding tussen de door hem verwachte kosten en opbrengsten van het vervoer of de afstemming met het overige openbaar vervoer.
a. de decentrale overheid een opdracht voor het openbaar vervoer per regionale treindienst openbaar heeft aanbesteed, of
b. de decentrale overheid een opdracht voor het openbaar vervoer per regionale treindienst onderhands aan een vervoerder, niet zijnde de vervoerder die op het tijdstip van inwerkingtre-ding van deze regeling op betreffend traject openbaar vervoer per trein verricht, heeft verleend en dit vervoer naar het oordeel van de minister in vervoerkundig opzicht meerwaarde heeft in vergelijking met het vervoer per trein dat voorafgaande aan de opdrachtverlening op het traject werd verricht.
2. De minister beoordeelt de meerwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aan de hand van de door hem verwachte toename van reizigers of vervoeropbrengsten, de verhouding tussen de door hem verwachte kosten en opbrengsten van het vervoer of de afstemming met het overige openbaar vervoer.