BWBR0009696
Geldig vanaf 1998-08-01
Artikel 4
Besluit volksgezondheidssubsidies
1. Subsidie wordt voorts slechts verstrekt indien:
a. naar het oordeel van Onze Minister mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden zullen worden bereikt en
b. de aanvrager: 1°. naar het oordeel van Onze Minister de behoefte aan subsidie heeft aangetoond en
2°. aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen met inbegrip van subsidie voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.
1°. naar het oordeel van Onze Minister de behoefte aan subsidie heeft aangetoond en
2°. aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen met inbegrip van subsidie voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.
2. Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing op rechtspersonen krachtens publiekrecht ingesteld.
a. naar het oordeel van Onze Minister mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden zullen worden bereikt en
b. de aanvrager: 1°. naar het oordeel van Onze Minister de behoefte aan subsidie heeft aangetoond en
2°. aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen met inbegrip van subsidie voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.
1°. naar het oordeel van Onze Minister de behoefte aan subsidie heeft aangetoond en
2°. aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen met inbegrip van subsidie voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.
2. Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing op rechtspersonen krachtens publiekrecht ingesteld.