BWBR0009683
Geldig vanaf 1998-07-01
Artikel IV
Wijzigingswet Spoorwegwet ter implementatie van richtlijn nr. 95/18/EG en richtlijn nr. 95/19/EG
1. Ten aanzien van spoorwegondernemingen die op 27 juni 1997 spoorwegvervoerdiensten verrichten, gelden de vereisten voor de vergunning op grond van artikel 29a, eerste lid, van de Spoorwegwet, vermeld in de onderdelen d en e van dat artikellid, eerst met ingang van 27 juni 1998.
2. Nadere regels vastgesteld bij of krachtens artikel 31, tweede lid, dan wel artikel 32 van de Spoorwegwetzoals deze luidde voor inwerkingtreding van deze wet gelden als nadere regels vastgesteld op grond van artikel 31, tweede lid, respectievelijk artikel 32, eerste lid, van de Spoorwegwetzoals deze bij inwerkingtreding van deze wet komt te luiden.
3. Indien bij inwerkingtreding van het onderhavige voorstel van wet titel III van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatiezoals deze komt te luiden bij inwerkingtreding van artikel 98 van de Wet van 22 mei 1997, houdende nieuwe regels omtrent de economische mededinging (Mededingingswet), nog niet in werking is getreden, vindt de behandeling van het hoger beroep op grond van artikel 31h, tweede lid, van de Spoorwegwetplaats met toepassing van titel IIIzoals deze zal komen te luiden na inwerkingtreding van artikel 98 van de Mededingingswet.
2. Nadere regels vastgesteld bij of krachtens artikel 31, tweede lid, dan wel artikel 32 van de Spoorwegwetzoals deze luidde voor inwerkingtreding van deze wet gelden als nadere regels vastgesteld op grond van artikel 31, tweede lid, respectievelijk artikel 32, eerste lid, van de Spoorwegwetzoals deze bij inwerkingtreding van deze wet komt te luiden.
3. Indien bij inwerkingtreding van het onderhavige voorstel van wet titel III van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatiezoals deze komt te luiden bij inwerkingtreding van artikel 98 van de Wet van 22 mei 1997, houdende nieuwe regels omtrent de economische mededinging (Mededingingswet), nog niet in werking is getreden, vindt de behandeling van het hoger beroep op grond van artikel 31h, tweede lid, van de Spoorwegwetplaats met toepassing van titel IIIzoals deze zal komen te luiden na inwerkingtreding van artikel 98 van de Mededingingswet.