BWBR0009669
Geldig vanaf 1998-06-19
Artikel 15
Warenwetbesluit Meel en brood
1. Het woord heelof het woord halfmag onderdeel uitmaken van de aanduiding van:
a. roggebrood, uitsluitend voor zover de hoeveelheid droge stof van de aldus aangeduide waar ligt tussen 520 en 560 gram onderscheidenlijk tussen 260 en 285 gram;
b. ander brood dan bedoeld onder a, uitsluitend voor zover de hoeveelheid droge stof van de aldus aangeduide waar ligt tussen 480 en 530 gram onderscheidenlijk tussen 240 en 265 gram.
2. Het woord middenof middengrootmag onderdeel uitmaken van de aanduiding van brood, anders dan bedoeld onder het eerste lid, uitsluitend voor zover de hoeveelheid droge stof van de aldus aangeduide waar ligt tussen de 360 en 400 gram. Indien het brood is gebakken in een bakblik, dan is de lengtemaat (buitenmaat) van het bakblik kleiner dan 27 centimeter.
a. roggebrood, uitsluitend voor zover de hoeveelheid droge stof van de aldus aangeduide waar ligt tussen 520 en 560 gram onderscheidenlijk tussen 260 en 285 gram;
b. ander brood dan bedoeld onder a, uitsluitend voor zover de hoeveelheid droge stof van de aldus aangeduide waar ligt tussen 480 en 530 gram onderscheidenlijk tussen 240 en 265 gram.
2. Het woord middenof middengrootmag onderdeel uitmaken van de aanduiding van brood, anders dan bedoeld onder het eerste lid, uitsluitend voor zover de hoeveelheid droge stof van de aldus aangeduide waar ligt tussen de 360 en 400 gram. Indien het brood is gebakken in een bakblik, dan is de lengtemaat (buitenmaat) van het bakblik kleiner dan 27 centimeter.