BWBR0009661
Geldig vanaf 1998-06-03
Artikel 6
Reglement landelijk politieregister vingerafdrukken
1. Omtrent de in artikel 5, onder a, b en d, genoemde personen worden ten hoogste de volgende gegevens opgenomen:
a. personalia, bestaande uit naam, voornamen, geboortedatum, -plaats en -land, woonplaats en -land, nationaliteit en geslacht;
b. dactyloscopische gegevens met bijbehorende administratieve gegevens;
c. de plaats en datum van het dactyloscoperen, de omstandigheden die daartoe aanleiding vormden, alsmede een toelichting daarop;
d. een aanwijzing of de identiteit van de gedactyloscopeerde is vastgesteld, gegevens omtrent identiteitsbewijs en fotonummer;
e. de handtekening van gedactyloscopeerde;
f. de classificatie van de dactyloscopische gegevens;
g. dossiernummers, alsmede administratieve gegevens omtrent de verzoeken tot vaststelling van de identiteit;
h. persoonsgegevens die verwijzen naar andere personalia, waaronder dactyloscopische gegevens, die in het register zijn opgenomen;
i. de elektronisch vastgelegde dactyloscopische kenmerken en beelden;
j. technische aanduidingen, waaronder een volgnummer en een streepjescode;
k. de meest recente datum van invoer van dactyloscopische gegevens in het geautomatiseerde systeem;
l. andere aanduidingen ten behoeve van de interne werkwijze van de organisatie c.q. van de inzendende instantie(s).
2. Omtrent de in artikel 5, onder c, genoemde personen worden, in aanvulling op de gegevens omschreven in het vorige lid, ten hoogste de volgende soorten van gegevens opgenomen:
a. gegevens van de geografische of organisatorische eenheid waardoor betrokkene is aangetroffen;
b. bijzonderheden omtrent het aantreffen van betrokkene;
c. gegevens omtrent de uitkomst van het ingestelde onderzoek.
3. Omtrent de in artikel 5, onder e, genoemde personen worden ten hoogste de volgende gegevens opgenomen:
a. personalia;
b. dienstnummer, organisatie-aanduiding, rang, functie, paraaf en handtekening.
4. Omtrent de in artikel 5, tweede lid, genoemde aangetroffen overleden personen of personen die anderszins niet in staat zijn inlichtingen omtrent hun identiteit te verschaffen worden, in aanvulling op de gegevens omschreven in het eerste lid, ten hoogste de volgende gegevens opgenomen:
a. gegevens van de geografische of organisatorische eenheid waardoor het stoffelijk overschot of de onbekende is aangetroffen met bijbehorende administratieve gegevens;
b. bijzonderheden omtrent het aantreffen van betrokkene;
c. gegevens omtrent de uitkomst van het ingestelde onderzoek.
a. personalia, bestaande uit naam, voornamen, geboortedatum, -plaats en -land, woonplaats en -land, nationaliteit en geslacht;
b. dactyloscopische gegevens met bijbehorende administratieve gegevens;
c. de plaats en datum van het dactyloscoperen, de omstandigheden die daartoe aanleiding vormden, alsmede een toelichting daarop;
d. een aanwijzing of de identiteit van de gedactyloscopeerde is vastgesteld, gegevens omtrent identiteitsbewijs en fotonummer;
e. de handtekening van gedactyloscopeerde;
f. de classificatie van de dactyloscopische gegevens;
g. dossiernummers, alsmede administratieve gegevens omtrent de verzoeken tot vaststelling van de identiteit;
h. persoonsgegevens die verwijzen naar andere personalia, waaronder dactyloscopische gegevens, die in het register zijn opgenomen;
i. de elektronisch vastgelegde dactyloscopische kenmerken en beelden;
j. technische aanduidingen, waaronder een volgnummer en een streepjescode;
k. de meest recente datum van invoer van dactyloscopische gegevens in het geautomatiseerde systeem;
l. andere aanduidingen ten behoeve van de interne werkwijze van de organisatie c.q. van de inzendende instantie(s).
2. Omtrent de in artikel 5, onder c, genoemde personen worden, in aanvulling op de gegevens omschreven in het vorige lid, ten hoogste de volgende soorten van gegevens opgenomen:
a. gegevens van de geografische of organisatorische eenheid waardoor betrokkene is aangetroffen;
b. bijzonderheden omtrent het aantreffen van betrokkene;
c. gegevens omtrent de uitkomst van het ingestelde onderzoek.
3. Omtrent de in artikel 5, onder e, genoemde personen worden ten hoogste de volgende gegevens opgenomen:
a. personalia;
b. dienstnummer, organisatie-aanduiding, rang, functie, paraaf en handtekening.
4. Omtrent de in artikel 5, tweede lid, genoemde aangetroffen overleden personen of personen die anderszins niet in staat zijn inlichtingen omtrent hun identiteit te verschaffen worden, in aanvulling op de gegevens omschreven in het eerste lid, ten hoogste de volgende gegevens opgenomen:
a. gegevens van de geografische of organisatorische eenheid waardoor het stoffelijk overschot of de onbekende is aangetroffen met bijbehorende administratieve gegevens;
b. bijzonderheden omtrent het aantreffen van betrokkene;
c. gegevens omtrent de uitkomst van het ingestelde onderzoek.