BWBR0009579
Geldig vanaf 1998-05-01
Artikel 4
Regeling vaarbevoegdheidsbewijs 1998
1. Bij verlies of onbruikbaar zijn van de verklaring van geschiktheid en bekwaamheid, geeft het Hoofd van de Scheepvaartinspectie een nieuw exemplaar af van de betrokken verklaring, bij onbruikbaar geworden verklaringen zo mogelijk tegen overlegging van het oorspronkelijke exemplaar.
2. Indien tijdens de geldigheid van de onbruikbaar geworden of verloren verklaring diensttijd als bedoeld in artikel 119 van het Schepenbesluit 1965is behaald, op grond waarvan na afloop van de reguliere geldigheid van die verklaring een vernieuwing van de verklaring had kunnen plaatsvinden, wordt de geldigheid van het nieuwe exemplaar gesteld op vijf jaar na de afgifte ervan.
3. Indien onvoldoende diensttijd was behaald, wordt de einddatum van de geldigheid van het nieuwe exemplaar gesteld op de einddatum van de verloren of onbruikbaar geworden verklaring.
2. Indien tijdens de geldigheid van de onbruikbaar geworden of verloren verklaring diensttijd als bedoeld in artikel 119 van het Schepenbesluit 1965is behaald, op grond waarvan na afloop van de reguliere geldigheid van die verklaring een vernieuwing van de verklaring had kunnen plaatsvinden, wordt de geldigheid van het nieuwe exemplaar gesteld op vijf jaar na de afgifte ervan.
3. Indien onvoldoende diensttijd was behaald, wordt de einddatum van de geldigheid van het nieuwe exemplaar gesteld op de einddatum van de verloren of onbruikbaar geworden verklaring.