BWBR0009549
Geldig vanaf 1998-04-29
Artikel 6
Regeling verbranden gevaarlijke afvalstoffen
1. Het bevoegd gezag geeft in de vergunning voor een inrichting, waarbinnen zich een installatie bevindt als bedoeld in artikel 2, onder a, b, c, of d, aan:
a. de aard, de samenstelling en de hoeveelheid van de gevaarlijke afvalstoffen die als toevoeging in de installatie mogen worden verbrand;
b. de totale capaciteit van de installatie.
2. Het bevoegd gezag geeft in de vergunning voor een inrichting, waarbinnen zich een installatie bevindt als bedoeld in artikel 2, onder b, of d, aan:
a. de minimale en de maximale hoeveelheid gevaarlijke afvalstoffen die als toevoeging in de installatie mogen worden verbrand;
b. de laagste en de hoogste calorische waarde van de gevaarlijke afvalstoffen die als toevoeging in de installatie mogen worden verbrand;
c. de maximale concentratiewaarde van verontreinigende stoffen in de gevaarlijke afvalstoffen die als toevoeging in de installatie mogen worden verbrand.
a. de aard, de samenstelling en de hoeveelheid van de gevaarlijke afvalstoffen die als toevoeging in de installatie mogen worden verbrand;
b. de totale capaciteit van de installatie.
2. Het bevoegd gezag geeft in de vergunning voor een inrichting, waarbinnen zich een installatie bevindt als bedoeld in artikel 2, onder b, of d, aan:
a. de minimale en de maximale hoeveelheid gevaarlijke afvalstoffen die als toevoeging in de installatie mogen worden verbrand;
b. de laagste en de hoogste calorische waarde van de gevaarlijke afvalstoffen die als toevoeging in de installatie mogen worden verbrand;
c. de maximale concentratiewaarde van verontreinigende stoffen in de gevaarlijke afvalstoffen die als toevoeging in de installatie mogen worden verbrand.