BWBR0009544
Geldig vanaf 1998-09-30
Artikel 19
Wet inburgering nieuwkomers
1. Indien het college van burgemeester en wethouders of een ambtenaar jegens de nieuwkomer een handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaald feit een boete zal worden opgelegd, is de nieuwkomer niet langer verplicht ter zake van dat feit enige verklaring af te leggen.
2. Indien het college van burgemeester en wethouders voornemens is een boete op te leggen, geeft het de nieuwkomer daarvan kennis onder vermelding van het feit ter zake waarvan het voornemen bestaat en van de gronden waarop het voornemen berust. De kennisgeving is een handeling als bedoeld in het eerste lid.
3. Op verzoek van de nieuwkomer die de in het tweede lid bedoelde kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt het college van burgemeester en wethouders er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die kennisgeving vermelde gronden aan de nieuwkomer worden meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht</a>stelt het college van burgemeester en wethouders de nieuwkomer in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd.
5. Indien de nieuwkomer zijn zienswijze naar voren brengt, draagt het college van burgemeester en wethouders er op verzoek van de nieuwkomer die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de nieuwkomer kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
2. Indien het college van burgemeester en wethouders voornemens is een boete op te leggen, geeft het de nieuwkomer daarvan kennis onder vermelding van het feit ter zake waarvan het voornemen bestaat en van de gronden waarop het voornemen berust. De kennisgeving is een handeling als bedoeld in het eerste lid.
3. Op verzoek van de nieuwkomer die de in het tweede lid bedoelde kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt het college van burgemeester en wethouders er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die kennisgeving vermelde gronden aan de nieuwkomer worden meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht</a>stelt het college van burgemeester en wethouders de nieuwkomer in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd.
5. Indien de nieuwkomer zijn zienswijze naar voren brengt, draagt het college van burgemeester en wethouders er op verzoek van de nieuwkomer die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de nieuwkomer kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.