De taak van de commissie is:
a. Te evalueren in welke mate via SAIL ● de verankering van de IO-instituten in het bestel van het wetenschappelijk onderwijs bereikt is;
● Landbouwuniversiteit Wageningen als voortrekker en pleitbezorger van het IO naar andere universiteiten heeft gefunctioneerd;
● problematiek rond het verlenen van graden is opgelost;
● de uitvoering van het programma Asharing scarce resources@ is bevorderd.
● de verankering van de IO-instituten in het bestel van het wetenschappelijk onderwijs bereikt is;
● Landbouwuniversiteit Wageningen als voortrekker en pleitbezorger van het IO naar andere universiteiten heeft gefunctioneerd;
● problematiek rond het verlenen van graden is opgelost;
● de uitvoering van het programma Asharing scarce resources@ is bevorderd.
b. Te adviseren over samenwerkingsvormen tussen IO-instellingen onderling en van IO-instellingen en universiteiten, gezien de veranderde context. Tot die veranderde context worden gerekend: ● de voortschrijdende internationaliseringsactiviteiten van universiteiten
● de intensivering van de universitaire programma's op het gebied van het post-initieel onderwijs
● de voorgenomen decentralisatie van arbeidsvoorwaarden en de daarmee samenhangende werkgeversrol voor de VSNU.
● de voortschrijdende internationaliseringsactiviteiten van universiteiten
● de intensivering van de universitaire programma's op het gebied van het post-initieel onderwijs
● de voorgenomen decentralisatie van arbeidsvoorwaarden en de daarmee samenhangende werkgeversrol voor de VSNU.
a. De commissie rapporteert aan de ministers in mei 1998.
b. In de ondersteuning van de commissie wordt voorzien door eerste ondergetekende met inschakeling van de VSNU.
De kosten van de commissie komen, voorzover goedgekeurd, voor rekening van eerste ondergetekende. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting aan de minister aan.