BWBR0009490
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 6
Vaststellingsregeling regelen voor personen, die werkzaamheden verrichten, verband houdende met de luchtwaardigheid van vliegtuigen
Een erkenning wordt geheel of gedeeltelijk door de Minister van Verkeer en Waterstaat ingetrokken:
a. op verzoek van de houder of van de werkgever, op wiens aanbeveling de erkenning was afgegeven;
b. na beëindiging van het dienstverband van de houder met de werkgever, op wiens aanbeveling de erkenning was verleend;
c. indien naar het oordeel van de Minister van Verkeer en Waterstaat: 1°. de houder niet voldoet aan de voor de verkrijging van een erkenning gestelde regelen dan wel de houder deze regelen niet nakomt,
2°. de werkzaamheden van de houder niet langer nodig of gewenst zijn dan wel door hem niet naar behoren zijn verricht.
1°. de houder niet voldoet aan de voor de verkrijging van een erkenning gestelde regelen dan wel de houder deze regelen niet nakomt,
2°. de werkzaamheden van de houder niet langer nodig of gewenst zijn dan wel door hem niet naar behoren zijn verricht.
a. op verzoek van de houder of van de werkgever, op wiens aanbeveling de erkenning was afgegeven;
b. na beëindiging van het dienstverband van de houder met de werkgever, op wiens aanbeveling de erkenning was verleend;
c. indien naar het oordeel van de Minister van Verkeer en Waterstaat: 1°. de houder niet voldoet aan de voor de verkrijging van een erkenning gestelde regelen dan wel de houder deze regelen niet nakomt,
2°. de werkzaamheden van de houder niet langer nodig of gewenst zijn dan wel door hem niet naar behoren zijn verricht.
1°. de houder niet voldoet aan de voor de verkrijging van een erkenning gestelde regelen dan wel de houder deze regelen niet nakomt,
2°. de werkzaamheden van de houder niet langer nodig of gewenst zijn dan wel door hem niet naar behoren zijn verricht.