BWBR0009488
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 3
Vaststellingsregeling wijze van verlenging geldigheidsduur van vliegbewijzen en bewijzen van bevoegdheid
1. voor de proeven van bekwaamheid voor verlenging van het beperkt vliegbewijs A en het vliegbewijs A:
a. de chef-instructeur van vliegopleidingen, die zijn erkend in de zin van artikel 39 van de Regeling Toezicht Luchtvaart;
b. leden van de examencommissie voor privé-vlieger voor zover zij zijn aangewezen voor het afnemen van praktische examens;
c. nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen.
2. Voor de proeven van bekwaamheid in het blindvliegen:
a. de inspecteurs-vlieger van de Inspectie Verkeer en Waterstaat;
b. de door het hoofd Vliegdienst van de Directie Rijksluchtvaartschool te Eelde aangewezen vlieginstructeurs;
c. de door het hoofd Vliegdienst van luchtvaartmaatschappijen, in het bezit van een geldige Vergunning tot Vluchtuitoefening, aangewezen vliegers;
d. de door het hoofd Vliegdienst van Fokker B.V. te Schiphol-Oost aangewezen vliegers;
e. de door het hoofd Vliegbedrijf van Philips Gloeilampenfabriek te Eindhoven aangewezen vliegers;
f. de door het hoofd Vliegdienst van de Nationale Luchtvaartschool te Beek aangewezen vlieginstructeurs;
g. leden van de examencommissie voor beroepsvlieger voor zover zij zijn aangewezen voor het afnemen van praktische examens;
h. nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen.
3. Met uitzondering van de in het tweede lid onder a genoemde personen mogen de in dit artikel genoemde personen de proeven van bekwaamheid slechts afnemen op vliegtuigtypen, die zij als eerste bestuurder mogen bedienen, dan wel op daartoe gekwalificeerde vluchtnabootsers van overeenkomstige klasse en type.
4. Van de in het tweede lid onder b tot en met f genoemde aanwijzing moet binnen één maand na datum van deze regeling en daarna jaarlijks in de maand januari aan de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat een schriftelijke opgave worden verstrekt.
5. Voor de proeven van bekwaamheid in het wolkenvliegen:
a. leden van de examencommissie voor Zweefvlieginstructeur en Wolkenvliegen, voor zover zij zijn aangewezen voor het examen voor de bevoegdverklaring Wolkenvliegen;
b. nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen.
6. In daartoe aanleiding gevende gevallen kan door de Minister van Verkeer en Waterstaat worden bepaald wie van de bij deze regeling aangewezen personen een proeve van bekwaamheid afneemt.
a. de chef-instructeur van vliegopleidingen, die zijn erkend in de zin van artikel 39 van de Regeling Toezicht Luchtvaart;
b. leden van de examencommissie voor privé-vlieger voor zover zij zijn aangewezen voor het afnemen van praktische examens;
c. nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen.
2. Voor de proeven van bekwaamheid in het blindvliegen:
a. de inspecteurs-vlieger van de Inspectie Verkeer en Waterstaat;
b. de door het hoofd Vliegdienst van de Directie Rijksluchtvaartschool te Eelde aangewezen vlieginstructeurs;
c. de door het hoofd Vliegdienst van luchtvaartmaatschappijen, in het bezit van een geldige Vergunning tot Vluchtuitoefening, aangewezen vliegers;
d. de door het hoofd Vliegdienst van Fokker B.V. te Schiphol-Oost aangewezen vliegers;
e. de door het hoofd Vliegbedrijf van Philips Gloeilampenfabriek te Eindhoven aangewezen vliegers;
f. de door het hoofd Vliegdienst van de Nationale Luchtvaartschool te Beek aangewezen vlieginstructeurs;
g. leden van de examencommissie voor beroepsvlieger voor zover zij zijn aangewezen voor het afnemen van praktische examens;
h. nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen.
3. Met uitzondering van de in het tweede lid onder a genoemde personen mogen de in dit artikel genoemde personen de proeven van bekwaamheid slechts afnemen op vliegtuigtypen, die zij als eerste bestuurder mogen bedienen, dan wel op daartoe gekwalificeerde vluchtnabootsers van overeenkomstige klasse en type.
4. Van de in het tweede lid onder b tot en met f genoemde aanwijzing moet binnen één maand na datum van deze regeling en daarna jaarlijks in de maand januari aan de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat een schriftelijke opgave worden verstrekt.
5. Voor de proeven van bekwaamheid in het wolkenvliegen:
a. leden van de examencommissie voor Zweefvlieginstructeur en Wolkenvliegen, voor zover zij zijn aangewezen voor het examen voor de bevoegdverklaring Wolkenvliegen;
b. nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen.
6. In daartoe aanleiding gevende gevallen kan door de Minister van Verkeer en Waterstaat worden bepaald wie van de bij deze regeling aangewezen personen een proeve van bekwaamheid afneemt.