BWBR0009484
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 4
Regeling inzake melden van gebreken, defecten en beschadigingen van vliegtuigen, waarmee verkeersvluchten, niet zijnde rondvluchten worden uitgevoerd
De ingevolge artikel 2, eerste lid, te melden gebeurtenissen zijn die, welke betrekking hebben op:
a. brand gedurende de vlucht, en indien van toepassing, met vermelding of de brandmelderinstallatie al of niet deugdelijk heeft gewerkt;
b. een valse brandmelding gedurende de vlucht;
c. motoruitlaatinstallaties, als gevolg waarvan gedurende de vlucht de voortstuwingsinrichting, omringende constructiedelen, uitrusting of onderdelen zijn beschadigd;
d. een onderdeel van een vliegtuig of een installatie hiervan, als gevolg waarvan zich gedurende de vlucht rook, giftige of schadelijke dampen hebben ontwikkeld in de stuurhut of passagiersafdelingen dan wel daarin terecht zijn gekomen;
e. het stoppen van een turbinemotor gedurende de vlucht als gevolg van het uitgaan van de vlam;
f. het stoppen van een motor gedurende de vlucht als gevolg van uitwendige beschadigingen aan de voortstuwingsinrichting of de vliegtuigconstructie;
g. het stoppen van een motor gedurende de vlucht als gevolg van ijsafzetting of het opzuigen van voorwerpen (dieren inbegrepen);
h. het stoppen van meer dan één motor gedurende de vlucht;
i. het falen van een poging tot het stopzetten van een motor gedurende de vlucht;
j. een overschrijding van het maximaal toegelaten toerental van een motor gedurende de vlucht;
k. de brandstofinstallatie of de brandstofstortinstallatie gedurende de vlucht, als gevolg waarvan de brandstoftoevoer werd verstoord of gevaarlijke lekkage optrad;
l. het neerlaten of intrekken van een onderstel of het openen of sluiten van ondersteldeuren gedurende de vlucht;
m. de reminstallatie, als gevolg waarvan de remwerking verminderde;
n. de vliegtuigconstructie, als gevolg waarvan een belangrijke herstelling, als bedoeld in artikel 88, eerste lid, onder c, van de Regeling Toezicht Luchtvaart, noodzakelijk bleek te zijn;
o. anders dan tijdens revisie waargenomen scheuren in, blijvende vervorming van of corrosie van vliegtuigconstructiedelen, welke de maximaal toegelaten grenswaarden overschrijden, welke volgen uit de voorschriften van de fabrikant en uit de door de Minister van Verkeer en Waterstaat gegeven aanwijzingen;
p. installaties, uitrusting en onderdelen van het vliegtuig, als gevolg waarvan gedurende de vlucht noodmaatregelen, het stopzetten van een motor uitgezonderd, werden genomen;
q. installaties, uitrusting en onderdelen van het vliegtuig, als gevolg waarvan aan een inzittende gedurende de vlucht ernstig lichamelijk letsel werd toegebracht of had kunnen worden toegebracht, dan wel het leven van een inzittende in gevaar werd gebracht of had kunnen komen;
r. andere gebreken, defecten en beschadigingen, welke naar het oordeel van de ondernemer het veilig gebruik van het vliegtuig in gevaar hebben gebracht of hadden kunnen brengen.
a. brand gedurende de vlucht, en indien van toepassing, met vermelding of de brandmelderinstallatie al of niet deugdelijk heeft gewerkt;
b. een valse brandmelding gedurende de vlucht;
c. motoruitlaatinstallaties, als gevolg waarvan gedurende de vlucht de voortstuwingsinrichting, omringende constructiedelen, uitrusting of onderdelen zijn beschadigd;
d. een onderdeel van een vliegtuig of een installatie hiervan, als gevolg waarvan zich gedurende de vlucht rook, giftige of schadelijke dampen hebben ontwikkeld in de stuurhut of passagiersafdelingen dan wel daarin terecht zijn gekomen;
e. het stoppen van een turbinemotor gedurende de vlucht als gevolg van het uitgaan van de vlam;
f. het stoppen van een motor gedurende de vlucht als gevolg van uitwendige beschadigingen aan de voortstuwingsinrichting of de vliegtuigconstructie;
g. het stoppen van een motor gedurende de vlucht als gevolg van ijsafzetting of het opzuigen van voorwerpen (dieren inbegrepen);
h. het stoppen van meer dan één motor gedurende de vlucht;
i. het falen van een poging tot het stopzetten van een motor gedurende de vlucht;
j. een overschrijding van het maximaal toegelaten toerental van een motor gedurende de vlucht;
k. de brandstofinstallatie of de brandstofstortinstallatie gedurende de vlucht, als gevolg waarvan de brandstoftoevoer werd verstoord of gevaarlijke lekkage optrad;
l. het neerlaten of intrekken van een onderstel of het openen of sluiten van ondersteldeuren gedurende de vlucht;
m. de reminstallatie, als gevolg waarvan de remwerking verminderde;
n. de vliegtuigconstructie, als gevolg waarvan een belangrijke herstelling, als bedoeld in artikel 88, eerste lid, onder c, van de Regeling Toezicht Luchtvaart, noodzakelijk bleek te zijn;
o. anders dan tijdens revisie waargenomen scheuren in, blijvende vervorming van of corrosie van vliegtuigconstructiedelen, welke de maximaal toegelaten grenswaarden overschrijden, welke volgen uit de voorschriften van de fabrikant en uit de door de Minister van Verkeer en Waterstaat gegeven aanwijzingen;
p. installaties, uitrusting en onderdelen van het vliegtuig, als gevolg waarvan gedurende de vlucht noodmaatregelen, het stopzetten van een motor uitgezonderd, werden genomen;
q. installaties, uitrusting en onderdelen van het vliegtuig, als gevolg waarvan aan een inzittende gedurende de vlucht ernstig lichamelijk letsel werd toegebracht of had kunnen worden toegebracht, dan wel het leven van een inzittende in gevaar werd gebracht of had kunnen komen;
r. andere gebreken, defecten en beschadigingen, welke naar het oordeel van de ondernemer het veilig gebruik van het vliegtuig in gevaar hebben gebracht of hadden kunnen brengen.