BWBR0009477
Geldig vanaf 1998-04-10
Artikel 3
Regeling bevoegdheden van de secretaris-generaal van VROM met betrekking tot personeelsaangelegenheden
1. Met inachtneming van artikel 10:3 lid 3 van de Algemene wet bestuursrechtwordt aan de secretaris-generaal mandaat verleend tot het nemen van beslissingen op bezwaarschriften die zijn gericht tegen besluiten die verband houden met zijn taak, zoals vermeld in het KB van 1988.
2. Tot de beslissingen op bezwaar die verband houden met zijn taak, zoals vermeld in het KB van 1988, behoren in ieder geval:
a. beslissingen op bezwaarschriften die zijn gericht tegen besluiten die behoren tot de bevoegdheden van de Centrale Directie Personele Zaken, zoals vermeld in bijlage 1 bij de Regeling Taken en Bevoegdheden VROM 1998 en in de bijlage bij het ’Besluit tot het stellen van nadere regels omtrent de taken van de Centrale Directie Personele Zaken’;
b. beslissingen op bezwaarschriften die zijn gericht tegen besluiten die voortvloeien uit het Besluit Reorganisaties VROM 1996;
c. beslissingen op bezwaarschriften die zijn gericht tegen besluiten op het gebied van personeelsaangelegenheden van de hoofden van de diensten of van de hoofden van de organisatie-onderdelen.
3. De secretaris-generaal is niet bevoegd tot het beslissen op bezwaarschriften als bedoeld in lid 1 indien het besluit waartegen het bezwaar zich richt door de minister of de staatssecretaris is genomen.
2. Tot de beslissingen op bezwaar die verband houden met zijn taak, zoals vermeld in het KB van 1988, behoren in ieder geval:
a. beslissingen op bezwaarschriften die zijn gericht tegen besluiten die behoren tot de bevoegdheden van de Centrale Directie Personele Zaken, zoals vermeld in bijlage 1 bij de Regeling Taken en Bevoegdheden VROM 1998 en in de bijlage bij het ’Besluit tot het stellen van nadere regels omtrent de taken van de Centrale Directie Personele Zaken’;
b. beslissingen op bezwaarschriften die zijn gericht tegen besluiten die voortvloeien uit het Besluit Reorganisaties VROM 1996;
c. beslissingen op bezwaarschriften die zijn gericht tegen besluiten op het gebied van personeelsaangelegenheden van de hoofden van de diensten of van de hoofden van de organisatie-onderdelen.
3. De secretaris-generaal is niet bevoegd tot het beslissen op bezwaarschriften als bedoeld in lid 1 indien het besluit waartegen het bezwaar zich richt door de minister of de staatssecretaris is genomen.