BWBR0009436
Geldig vanaf 1998-03-14
Artikel 4
Regeling landelijke gpl-bedragen
1. Indien op basis van artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs een regeling is vastgesteld waarbij de aanvullende vergoeding wordt berekend op basis van de gemiddelde personeelslast, zijn de volgende leden van toepassing.
2. Indien een school op grond van een regeling op grond van artikel 85a, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor de directie is de vergoeding per formatieplaats gelijk aan het voor de school geldend bedrag genoemd in artikel 3, eerste lid.
3. Indien een school op grond van een regeling op grond van artikel 85a, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor leraren bedraagt de vergoeding per formatieplaats:
groep 1: f.94.331,23
groep 2: f.114.200,53
groep 3: f.108.457,86
groep 4: f.100.195,77
4. Indien een school op grond van een regeling ex artikel 85a, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor onderwijsondersteunend personeel is de vergoeding per formatieplaatsgelijk aan het bedrag genoemd in artikel 3, derde lid.
2. Indien een school op grond van een regeling op grond van artikel 85a, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor de directie is de vergoeding per formatieplaats gelijk aan het voor de school geldend bedrag genoemd in artikel 3, eerste lid.
3. Indien een school op grond van een regeling op grond van artikel 85a, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor leraren bedraagt de vergoeding per formatieplaats:
groep 1: f.94.331,23
groep 2: f.114.200,53
groep 3: f.108.457,86
groep 4: f.100.195,77
4. Indien een school op grond van een regeling ex artikel 85a, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor een aanvullende vergoeding voor onderwijsondersteunend personeel is de vergoeding per formatieplaatsgelijk aan het bedrag genoemd in artikel 3, derde lid.