BWBR0009409
Geldig vanaf 1998-03-01
Artikel 4
Registratieregeling vissersvaartuigen 1998
1. Het letterteken en het nummer waaronder een vissersvaartuig is ingeschreven in het visserijregister zijn op de huid van dat vaartuig geschilderd in witte verf op een zwart geschilderde ondergrond of in zwarte verf op een wit geschilderde ondergrond.
2. Het letterteken en het nummer, bedoeld in het eerste lid, zijn geplaatst op de verschansing aan beide kanten van de boeg van het vaartuig; indien geen verschansing aanwezig is, zijn zij geplaatst op de romp van het vaartuig aan beide kanten van de boeg, met dien verstande dat de afstand tussen de bovenkant van de romp van het vaartuig en de bovenkant van het letterteken en het nummer niet meer dan 20 cm bedraagt.
3. Het letterteken en het nummer, bedoeld in het eerste lid, zijn goed gevormd en duidelijk leesbaar. De onderlinge afstand tussen de letters en tussen de cijfers bedraagt ten minste 10 cm; de afstand tussen het letterteken en het nummer is groter dan de onderlinge afstand tussen de letters en bedraagt ten minste 20 cm.
4. Het letterteken en het nummer, bedoeld in het eerste lid, hebben ten minste de navolgende afmetingen:
a. voor vaartuigen met een lengte van minder dan 10 meter: hoog 10 cm, met een lijndikte voor elke letter en elk cijfer van 2 cm;
b. voor vaartuigen met een lengte van meer dan 10 meter doch niet meer dan 17 meter: hoog 25 cm, met een lijndikte voor elke letter en elk cijfer van 6 cm;
c. voor vaartuigen met een lengte van meer dan 17 meter: hoog 45 cm, met een lijndikte voor elke letter en elk cijfer van 6 cm.
2. Het letterteken en het nummer, bedoeld in het eerste lid, zijn geplaatst op de verschansing aan beide kanten van de boeg van het vaartuig; indien geen verschansing aanwezig is, zijn zij geplaatst op de romp van het vaartuig aan beide kanten van de boeg, met dien verstande dat de afstand tussen de bovenkant van de romp van het vaartuig en de bovenkant van het letterteken en het nummer niet meer dan 20 cm bedraagt.
3. Het letterteken en het nummer, bedoeld in het eerste lid, zijn goed gevormd en duidelijk leesbaar. De onderlinge afstand tussen de letters en tussen de cijfers bedraagt ten minste 10 cm; de afstand tussen het letterteken en het nummer is groter dan de onderlinge afstand tussen de letters en bedraagt ten minste 20 cm.
4. Het letterteken en het nummer, bedoeld in het eerste lid, hebben ten minste de navolgende afmetingen:
a. voor vaartuigen met een lengte van minder dan 10 meter: hoog 10 cm, met een lijndikte voor elke letter en elk cijfer van 2 cm;
b. voor vaartuigen met een lengte van meer dan 10 meter doch niet meer dan 17 meter: hoog 25 cm, met een lijndikte voor elke letter en elk cijfer van 6 cm;
c. voor vaartuigen met een lengte van meer dan 17 meter: hoog 45 cm, met een lijndikte voor elke letter en elk cijfer van 6 cm.