BWBR0009384
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 4
Ministeriële regeling stimulering experimenten duale opleidingen wetenschappelijk onderwijs 1998-2001
1. De toekenning van een subsidie op grond van deze regeling geschiedt in twee tranches. De eerste tranche betreft experimenten die starten met ingang van het studiejaar 1998-1999. De tweede tranche betreft experimenten die starten met ingang van het studiejaar 1999-2000.
2. De aanvraag van een universiteit voor subsidiëring van een experiment toe te kennen in de eerste tranche dient vóór 6 maart 1998 te worden ingediend. De aanvraag van een universiteit voor subsidiëring van een experiment in de tweede tranche dient vóór 1 januari 1999 te worden ingediend. Aanvragen die na 6 maart 1998 respectievelijk 1 januari 1999 worden ingediend worden niet in behandeling genomen.
3. Aanvragen worden in tweevoud gericht aan:
CFI afdeling FTO/TBD
Postbus 606
2700 ML Zoetermeer
4. De aanvraag wordt ingediend door het college van bestuur van de universiteit. Verzoeken om subsidie voor experimenten waaraan meer universiteiten participeren worden ingediend door het college van bestuur van de universiteit die als penvoerder optreedt.
5. De aanvraag bestaat uit:
a. de universiteitsna(a)m(en);
b. het projectvoorstel voor het experiment met doel, activiteiten en planning;
c. een begroting van de kosten van het experiment;
d. een beschrijving van de organisatiestructuur;
e. in het geval meerdere universiteiten gezamenlijk een verzoek indienen, wordt aangegeven welke universiteiten aan het experiment deelnemen en welke universiteit als penvoerder optreedt.
6. Het projectvoorstel voor het experiment houdt in:
• een beschrijving van de activiteiten die zullen plaatsvinden om te zorgen dat werkgevers voor studenten die deelnemen aan het experiment, voldoende werkplaatsen beschikbaar stellen, die aansluiten bij het niveau en de capaciteiten van de student;
• een globale beschrijving van de beoogde wijzigingen in het curriculum, inclusief het aantal studiepunten dat wordt toegekend voor de beroepsuitoefening in verband met het onderwijs;
• een beschrijving van de wijze waarop de bemiddeling tussen studenten en werkgevers wordt vormgegeven;
• een beschrijving van de wijze waarop begeleiding van studenten tijdens hun werkperiode plaatsvindt, zowel vanuit de opleiding als door de werkgever;
• een beschrijving van de relatie tussen de hoogte van het collegegeld voor de duale opleiding en de intensiteit van de begeleiding;
• een beschrijving van de wijze waarop het experiment wordt geëvalueerd.
7. Aanvragen worden in volgorde van binnenkomst in behandeling genomen.
2. De aanvraag van een universiteit voor subsidiëring van een experiment toe te kennen in de eerste tranche dient vóór 6 maart 1998 te worden ingediend. De aanvraag van een universiteit voor subsidiëring van een experiment in de tweede tranche dient vóór 1 januari 1999 te worden ingediend. Aanvragen die na 6 maart 1998 respectievelijk 1 januari 1999 worden ingediend worden niet in behandeling genomen.
3. Aanvragen worden in tweevoud gericht aan:
CFI afdeling FTO/TBD
Postbus 606
2700 ML Zoetermeer
4. De aanvraag wordt ingediend door het college van bestuur van de universiteit. Verzoeken om subsidie voor experimenten waaraan meer universiteiten participeren worden ingediend door het college van bestuur van de universiteit die als penvoerder optreedt.
5. De aanvraag bestaat uit:
a. de universiteitsna(a)m(en);
b. het projectvoorstel voor het experiment met doel, activiteiten en planning;
c. een begroting van de kosten van het experiment;
d. een beschrijving van de organisatiestructuur;
e. in het geval meerdere universiteiten gezamenlijk een verzoek indienen, wordt aangegeven welke universiteiten aan het experiment deelnemen en welke universiteit als penvoerder optreedt.
6. Het projectvoorstel voor het experiment houdt in:
• een beschrijving van de activiteiten die zullen plaatsvinden om te zorgen dat werkgevers voor studenten die deelnemen aan het experiment, voldoende werkplaatsen beschikbaar stellen, die aansluiten bij het niveau en de capaciteiten van de student;
• een globale beschrijving van de beoogde wijzigingen in het curriculum, inclusief het aantal studiepunten dat wordt toegekend voor de beroepsuitoefening in verband met het onderwijs;
• een beschrijving van de wijze waarop de bemiddeling tussen studenten en werkgevers wordt vormgegeven;
• een beschrijving van de wijze waarop begeleiding van studenten tijdens hun werkperiode plaatsvindt, zowel vanuit de opleiding als door de werkgever;
• een beschrijving van de relatie tussen de hoogte van het collegegeld voor de duale opleiding en de intensiteit van de begeleiding;
• een beschrijving van de wijze waarop het experiment wordt geëvalueerd.
7. Aanvragen worden in volgorde van binnenkomst in behandeling genomen.