BWBR0009351
Geldig vanaf 1998-02-11
Artikel 1.3
Vrijstellingsregeling waterige fracties en reinigingswater 1998
Het monster wordt genomen met behulp van een houder waarin een fles wordt geklemd. De houder is verzwaard en kan met behulp van een ketting die aan de houder is bevestigd, op de gewenste diepte worden gebracht. Aan de houder is tevens een stop bevestigd die een stukje in de fles kan worden gedrukt, waardoor de fles wordt afgesloten. Door een ruk aan de ketting kan de stop uit de fles worden getrokken, waardoor de fles met mest wordt gevuld.
De bemonstering vindt plaats door het nemen van deelmonsters. De deelmonsters worden genomen verdeeld over de gehele diepte van de waterige fractie of het reinigingswater, en wel zodanig dat het diepteverschil telkens 75 centimeter bedraagt. Indien mogelijk, worden de deelmonsters tevens genomen op tegenoverliggende plaatsen in de opslag. De verschillende deelmonsters zijn even groot in omvang. De deelmonsters worden verzameld in een schone emmer, waarna onder voortdurend roeren een inzendmonster wordt samengesteld. De minimale omvang van een inzendmonster bedraagt 0,75 liter.
De bemonstering vindt plaats door het nemen van deelmonsters. De deelmonsters worden genomen verdeeld over de gehele diepte van de waterige fractie of het reinigingswater, en wel zodanig dat het diepteverschil telkens 75 centimeter bedraagt. Indien mogelijk, worden de deelmonsters tevens genomen op tegenoverliggende plaatsen in de opslag. De verschillende deelmonsters zijn even groot in omvang. De deelmonsters worden verzameld in een schone emmer, waarna onder voortdurend roeren een inzendmonster wordt samengesteld. De minimale omvang van een inzendmonster bedraagt 0,75 liter.