BWBR0009334
Geldig vanaf 1998-02-04
Artikel 6
Besluit draagbare blustoestellen 1997
1. Bij de aanvraag voor een bewijs worden de volgende bescheiden overgelegd:
a. een gewaarmerkt afschrift van de inschrijving van de indiener van de aanvraag in het handelsregister van de Kamer van Koophandel in Nederland dan wel in het handelsregister of in een daarmee vergelijkbaar register van zijn land van herkomst, dat niet ouder is dan drie maanden voor dagtekening van de aanvraag;
b. een technische beschrijving van het draagbare blustoestel;
c. een door een onafhankelijk keuringsinstituut gewaarmerkte constructietekening van het draagbare blustoestel en de onderdelen daarvan die niet groter is dan A3-formaat;
d. een fabriekscertificaat van de vulling;
e. een ontwerp-etiket of een ontwerp-transfer dat ingericht is overeenkomstig en de gegevens bevat, genoemd in de NEN-EN 3-7+A1, dan wel ingericht is op gelijkwaardige wijze en gegevens van gelijke aard bevat;
f. een rapport van een onafhankelijk keuringsinstituut: 1°. dat totstandgekomen is overeenkomstig de procedure zoals omschreven is in de NPR-CEN/TR 14922 dan wel een daaraan gelijkwaardige procedure;
2°. dat opgesteld is overeenkomstig het model zoals opgenomen is in de NPR-CEN/TR 14922 dan wel een model van gelijke aard;
3°. waaruit blijkt dat het draagbare blustoestel voldoet aan de eisen inzake veiligheid en deugdelijkheid, genoemd in de NEN-EN 3-7+A1, dan wel een mate van veiligheid en deugdelijkheid biedt die ten minste gelijk is aan de mate van veiligheid en deugdelijkheid die beoogd is met de NEN-EN 3-7+A1, en
4°. waaruit blijkt dat het draagbare blustoestel voor brandklasse D tevens voldoen aan de eisen in de NEN 2033 dan wel aan eisen die ten minste gelijkwaardig zijn aan de eisen van de NEN 2033.
1°. dat totstandgekomen is overeenkomstig de procedure zoals omschreven is in de NPR-CEN/TR 14922 dan wel een daaraan gelijkwaardige procedure;
2°. dat opgesteld is overeenkomstig het model zoals opgenomen is in de NPR-CEN/TR 14922 dan wel een model van gelijke aard;
3°. waaruit blijkt dat het draagbare blustoestel voldoet aan de eisen inzake veiligheid en deugdelijkheid, genoemd in de NEN-EN 3-7+A1, dan wel een mate van veiligheid en deugdelijkheid biedt die ten minste gelijk is aan de mate van veiligheid en deugdelijkheid die beoogd is met de NEN-EN 3-7+A1, en
4°. waaruit blijkt dat het draagbare blustoestel voor brandklasse D tevens voldoen aan de eisen in de NEN 2033 dan wel aan eisen die ten minste gelijkwaardig zijn aan de eisen van de NEN 2033.
2. Een draagbaar blustoestel biedt in ieder geval een mate van veiligheid en deugdelijkheid die ten minste gelijk is aan de mate van veiligheid en deugdelijkheid die beoogd is met de NEN-EN 3-7+A1 zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, onder 3°, indien het draagbare blustoestel:
a. voldoet aan de eisen van de NEN-EN 3.7+A1 met uitzondering van de technische eisen 4.5, 6.1 en 6.3 van de NEN-EN 3-7+A1, of
b. een kleinere vulling heeft dan in eis 6.4.2 of eis 6.4.3 van de NEN-EN 3-7+A1, maar wel aan de minimum eis van 5A of 21B en de overige eisen van de NEN-EN 3-7+A1voldoet, of
c. een vulling heeft die ligt tussen de in eis 6.4.2 of eis 6.4.3 van de NEN-EN 3-7+A1 genoemde waarden en voldoet aan de overige eisen van de NEN-EN 3-7+A1. Voor dit blustoestel geldt in dat geval de waarde van de naastliggende kleinere vulhoeveelheid.
3. Een aerosol blustoestel dat voldoet aan richtlijn nr. 75/324/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 mei 1975 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake aërosols (PbEG L 147) biedt in ieder geval een mate van veiligheid en deugdelijkheid die ten minste gelijk is aan de mate van veiligheid en deugdelijkheid die beoogd is met de NEN-EN 3-7+A1 zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, onder 3°, indien het aerosol blustoestel:
a. voldoet aan de eisen van de NEN-EN 3-7+A1, met uitzondering van de eisen 4.6, 8 en 14 van de NEN-EN 3-7+A1, of
b. een kleinere vulling heeft dan in eis 6.4.2 of eis 6.4.3 van de NEN-EN 3-7+A1, maar wel aan de minimum eis van 5A of 21B en de overige eisen van de NEN-EN 3-7+A1 voldoet.
4. De bescheiden, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met f, worden in tweevoud overgelegd.
5. Bij de aanvraag wordt aan het Rijk een bedrag van € 828,00 betaald. Dit bedrag wordt jaarlijks op 1 maart geïndexeerd conform de door het Centraal bureau voor de statistiek bekendgemaakte afgeleide consumentenprijsindex van het voorgaande jaar.
a. een gewaarmerkt afschrift van de inschrijving van de indiener van de aanvraag in het handelsregister van de Kamer van Koophandel in Nederland dan wel in het handelsregister of in een daarmee vergelijkbaar register van zijn land van herkomst, dat niet ouder is dan drie maanden voor dagtekening van de aanvraag;
b. een technische beschrijving van het draagbare blustoestel;
c. een door een onafhankelijk keuringsinstituut gewaarmerkte constructietekening van het draagbare blustoestel en de onderdelen daarvan die niet groter is dan A3-formaat;
d. een fabriekscertificaat van de vulling;
e. een ontwerp-etiket of een ontwerp-transfer dat ingericht is overeenkomstig en de gegevens bevat, genoemd in de NEN-EN 3-7+A1, dan wel ingericht is op gelijkwaardige wijze en gegevens van gelijke aard bevat;
f. een rapport van een onafhankelijk keuringsinstituut: 1°. dat totstandgekomen is overeenkomstig de procedure zoals omschreven is in de NPR-CEN/TR 14922 dan wel een daaraan gelijkwaardige procedure;
2°. dat opgesteld is overeenkomstig het model zoals opgenomen is in de NPR-CEN/TR 14922 dan wel een model van gelijke aard;
3°. waaruit blijkt dat het draagbare blustoestel voldoet aan de eisen inzake veiligheid en deugdelijkheid, genoemd in de NEN-EN 3-7+A1, dan wel een mate van veiligheid en deugdelijkheid biedt die ten minste gelijk is aan de mate van veiligheid en deugdelijkheid die beoogd is met de NEN-EN 3-7+A1, en
4°. waaruit blijkt dat het draagbare blustoestel voor brandklasse D tevens voldoen aan de eisen in de NEN 2033 dan wel aan eisen die ten minste gelijkwaardig zijn aan de eisen van de NEN 2033.
1°. dat totstandgekomen is overeenkomstig de procedure zoals omschreven is in de NPR-CEN/TR 14922 dan wel een daaraan gelijkwaardige procedure;
2°. dat opgesteld is overeenkomstig het model zoals opgenomen is in de NPR-CEN/TR 14922 dan wel een model van gelijke aard;
3°. waaruit blijkt dat het draagbare blustoestel voldoet aan de eisen inzake veiligheid en deugdelijkheid, genoemd in de NEN-EN 3-7+A1, dan wel een mate van veiligheid en deugdelijkheid biedt die ten minste gelijk is aan de mate van veiligheid en deugdelijkheid die beoogd is met de NEN-EN 3-7+A1, en
4°. waaruit blijkt dat het draagbare blustoestel voor brandklasse D tevens voldoen aan de eisen in de NEN 2033 dan wel aan eisen die ten minste gelijkwaardig zijn aan de eisen van de NEN 2033.
2. Een draagbaar blustoestel biedt in ieder geval een mate van veiligheid en deugdelijkheid die ten minste gelijk is aan de mate van veiligheid en deugdelijkheid die beoogd is met de NEN-EN 3-7+A1 zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, onder 3°, indien het draagbare blustoestel:
a. voldoet aan de eisen van de NEN-EN 3.7+A1 met uitzondering van de technische eisen 4.5, 6.1 en 6.3 van de NEN-EN 3-7+A1, of
b. een kleinere vulling heeft dan in eis 6.4.2 of eis 6.4.3 van de NEN-EN 3-7+A1, maar wel aan de minimum eis van 5A of 21B en de overige eisen van de NEN-EN 3-7+A1voldoet, of
c. een vulling heeft die ligt tussen de in eis 6.4.2 of eis 6.4.3 van de NEN-EN 3-7+A1 genoemde waarden en voldoet aan de overige eisen van de NEN-EN 3-7+A1. Voor dit blustoestel geldt in dat geval de waarde van de naastliggende kleinere vulhoeveelheid.
3. Een aerosol blustoestel dat voldoet aan richtlijn nr. 75/324/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 mei 1975 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake aërosols (PbEG L 147) biedt in ieder geval een mate van veiligheid en deugdelijkheid die ten minste gelijk is aan de mate van veiligheid en deugdelijkheid die beoogd is met de NEN-EN 3-7+A1 zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, onder 3°, indien het aerosol blustoestel:
a. voldoet aan de eisen van de NEN-EN 3-7+A1, met uitzondering van de eisen 4.6, 8 en 14 van de NEN-EN 3-7+A1, of
b. een kleinere vulling heeft dan in eis 6.4.2 of eis 6.4.3 van de NEN-EN 3-7+A1, maar wel aan de minimum eis van 5A of 21B en de overige eisen van de NEN-EN 3-7+A1 voldoet.
4. De bescheiden, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met f, worden in tweevoud overgelegd.
5. Bij de aanvraag wordt aan het Rijk een bedrag van € 828,00 betaald. Dit bedrag wordt jaarlijks op 1 maart geïndexeerd conform de door het Centraal bureau voor de statistiek bekendgemaakte afgeleide consumentenprijsindex van het voorgaande jaar.