1. Onverminderd het bepaalde in
artikel 120, tweede lid van de wet worden geen baten en lasten ten gunste onderscheidenlijk ten laste van het kalenderjaar gebracht, zonder dat de begroting door het bestuur van het bedrijfslichaam is vastgesteld en door de Toezichtkamer is goedgekeurd.
2. Bij een noodzakelijk gebleken overschrijding van de in de begroting uitgetrokken bedragen van de lasten, alsmede voor lasten welke in de begroting niet waren voorzien, wordt een herziene begroting opgesteld.
3. Onverminderd het bepaalde in
artikel 123 van de wet is het bepaalde in -het tweede lid van dit artikel niet van toepassing indien het bedrag van de overschrijding respectievelijk van de onvoorziene lastencategorie niet meer dan 5% van de totale lasten van de desbetreffende hoofdfunctie beloopt, alsmede indien blijkt dat de overschrijding meer dan 5% is, maar daarvoor compensatie in de totale baten van de desbetreffende hoofdfunctie wordt gevonden.