BWBR0009297
Geldig vanaf 1998-05-27
Artikel 5
Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie 1998
1. Er is een Adviescommissie referentieprojecten milieutechnologie, die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie op grond van deze regeling.
2. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en ten hoogste zes andere leden.
3. De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste een jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.
4. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
5. De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.
6. In het secretariaat van de commissie wordt door de minister voorzien.
7. De bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van het Ministerie van Economische Zaken.
8. De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
9. De commissie stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en de doeltreffendheid van zijn werkzaamheden in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt aan de minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.
2. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en ten hoogste zes andere leden.
3. De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste een jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.
4. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
5. De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.
6. In het secretariaat van de commissie wordt door de minister voorzien.
7. De bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van het Ministerie van Economische Zaken.
8. De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
9. De commissie stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en de doeltreffendheid van zijn werkzaamheden in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt aan de minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.