BWBR0009294
Geldig vanaf 1998-10-31
Artikel 3
Regeling bemonstering en analyse overige organische meststoffen
1. Een onderzoekslaboratorium dient zich te registreren bij de Rijkstoezichthouder.
2. De registratie dient te geschieden door middel van het doen toekomen aan de Rijkstoezichthouder van een formulier, overeenkomstig het model in de bij deze regeling behorende bijlage II; het formulier dient vergezeld te gaan van een gewaarmerkt afschrift van het document waaruit de in artikel 2bedoelde erkenning blijkt.
3. Indien aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden is voldaan ontvangt het onderzoekslaboratorium van de Rijkstoezichthouder een bevestiging van ontvangst, overeenkomstig het model in de bij deze regeling behorende bijlage II, welke geldt als bewijs van registratie.
4. De registratie wordt ingetrokken indien het laboratorium na de in artikel 4bedoelde periode niet in het bezit is van een erkenning van de Stichting, dan wel indien de erkenning van het onderzoekslaboratorium door de Stichting wordt ingetrokken, dan wel indien het onderzoekslaboratorium naar het oordeel van de Rijkstoezichthouder niet naar behoren aan de bij deze regeling gestelde voorschriften voldoet.
5. Het in het tweede en derde lid bedoelde formulier ligt ter inzage in de bibliotheek van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en is op verzoek verkrijgbaar bij de Dienst Regelingen te Assen.
2. De registratie dient te geschieden door middel van het doen toekomen aan de Rijkstoezichthouder van een formulier, overeenkomstig het model in de bij deze regeling behorende bijlage II; het formulier dient vergezeld te gaan van een gewaarmerkt afschrift van het document waaruit de in artikel 2bedoelde erkenning blijkt.
3. Indien aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden is voldaan ontvangt het onderzoekslaboratorium van de Rijkstoezichthouder een bevestiging van ontvangst, overeenkomstig het model in de bij deze regeling behorende bijlage II, welke geldt als bewijs van registratie.
4. De registratie wordt ingetrokken indien het laboratorium na de in artikel 4bedoelde periode niet in het bezit is van een erkenning van de Stichting, dan wel indien de erkenning van het onderzoekslaboratorium door de Stichting wordt ingetrokken, dan wel indien het onderzoekslaboratorium naar het oordeel van de Rijkstoezichthouder niet naar behoren aan de bij deze regeling gestelde voorschriften voldoet.
5. Het in het tweede en derde lid bedoelde formulier ligt ter inzage in de bibliotheek van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en is op verzoek verkrijgbaar bij de Dienst Regelingen te Assen.