BWBR0009251
Geldig vanaf 2003-12-04
Artikel 2
Regeling landbouwgrond en natuurterrein Meststoffenwet
Voor de toepassing van ‘de hoofdstukken III, IV en V, titel 3, en de daarop berustende bepalingen wordt, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, eerste lid, onderdeel q, en derde lid, van de wet, onder</a>de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond ook gerekend:
a. in België of Duitsland, binnen 25 kilometer van de grens met Nederland gelegen landbouwgrond, die daadwerkelijk in het kader van een normale bedrijfsvoering bij het bedrijf in gebruik is en die: 1º indien die grond in België is gelegen, tot het bedrijf behoort ingevolge eigendom of tot het bedrijf behoort blijkens registratie bij de Dienst Regelingen ingevolge artikel 2.2a van de Regeling keuring en handel dierlijke producten en registratie bij de Vlaamse Mestbank ingevolge artikel 30 van het Besluit van de Vlaamse regering van 20 december 1995 tot uitvoering van sommige artikelen van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, en
2º indien die grond in Duitsland is gelegen, tot het bedrijf behoort ingevolge eigendom of ingevolge een in Duitsland geregistreerde pachtovereenkomst;
1º indien die grond in België is gelegen, tot het bedrijf behoort ingevolge eigendom of tot het bedrijf behoort blijkens registratie bij de Dienst Regelingen ingevolge artikel 2.2a van de Regeling keuring en handel dierlijke producten en registratie bij de Vlaamse Mestbank ingevolge artikel 30 van het Besluit van de Vlaamse regering van 20 december 1995 tot uitvoering van sommige artikelen van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, en
2º indien die grond in Duitsland is gelegen, tot het bedrijf behoort ingevolge eigendom of ingevolge een in Duitsland geregistreerde pachtovereenkomst;
b. landbouwgrond die daadwerkelijk in het kader van een normale bedrijfsvoering bij het bedrijf in gebruik is en die tijdelijk in gebruik is gegeven overeenkomstig: 1º artikel 189 of 201 van de Landinrichtingswet,
2º artikel 46, vierde lid, of 81 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, of
3º artikel 28, vierde lid, of 85 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën;
1º artikel 189 of 201 van de Landinrichtingswet,
2º artikel 46, vierde lid, of 81 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, of
3º artikel 28, vierde lid, of 85 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën;
c. landbouwgrond die daadwerkelijk in het kader van een normale bedrijfsvoering bij het bedrijf in gebruik is en ter zake waarvan overeenkomstig artikel 3 een grondgebruiksverklaring is opgesteld en bij de Dienst Regelingen is ingediend.
a. in België of Duitsland, binnen 25 kilometer van de grens met Nederland gelegen landbouwgrond, die daadwerkelijk in het kader van een normale bedrijfsvoering bij het bedrijf in gebruik is en die: 1º indien die grond in België is gelegen, tot het bedrijf behoort ingevolge eigendom of tot het bedrijf behoort blijkens registratie bij de Dienst Regelingen ingevolge artikel 2.2a van de Regeling keuring en handel dierlijke producten en registratie bij de Vlaamse Mestbank ingevolge artikel 30 van het Besluit van de Vlaamse regering van 20 december 1995 tot uitvoering van sommige artikelen van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, en
2º indien die grond in Duitsland is gelegen, tot het bedrijf behoort ingevolge eigendom of ingevolge een in Duitsland geregistreerde pachtovereenkomst;
1º indien die grond in België is gelegen, tot het bedrijf behoort ingevolge eigendom of tot het bedrijf behoort blijkens registratie bij de Dienst Regelingen ingevolge artikel 2.2a van de Regeling keuring en handel dierlijke producten en registratie bij de Vlaamse Mestbank ingevolge artikel 30 van het Besluit van de Vlaamse regering van 20 december 1995 tot uitvoering van sommige artikelen van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, en
2º indien die grond in Duitsland is gelegen, tot het bedrijf behoort ingevolge eigendom of ingevolge een in Duitsland geregistreerde pachtovereenkomst;
b. landbouwgrond die daadwerkelijk in het kader van een normale bedrijfsvoering bij het bedrijf in gebruik is en die tijdelijk in gebruik is gegeven overeenkomstig: 1º artikel 189 of 201 van de Landinrichtingswet,
2º artikel 46, vierde lid, of 81 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, of
3º artikel 28, vierde lid, of 85 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën;
1º artikel 189 of 201 van de Landinrichtingswet,
2º artikel 46, vierde lid, of 81 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, of
3º artikel 28, vierde lid, of 85 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën;
c. landbouwgrond die daadwerkelijk in het kader van een normale bedrijfsvoering bij het bedrijf in gebruik is en ter zake waarvan overeenkomstig artikel 3 een grondgebruiksverklaring is opgesteld en bij de Dienst Regelingen is ingediend.