BWBR0009212
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 11
Regeling uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden
1. Het model van de opgave, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van het besluit is vastgesteld volgens het model van bijlage 1 bij deze regeling.
2. Het model van het verslag, bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de wet, is vastgesteld volgens het model van bijlage 2 bij deze regeling.
3. Het model van de verklaring, bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de wet is vastgesteld volgens het model van bijlage 3 bij deze regeling.
4. De verklaring, bedoeld in het derde lid, is gebaseerd op een onderzoek dat is uitgevoerd overeenkomstig het in bijlage 4 bij deze regeling beschreven controle- en rapportageprotocol.
5. Bij de indiening van de opgave bedoeld in het eerste lid voegt het gemeentebestuur de kwartaalstatistiek WIW. Het model van de kwartaalstatistiek WIW is vastgesteld volgens het model van bijlage 6 bij deze regeling.
6. Bij de indiening van de in het eerste, tweede, derde en vijfde lid, bedoelde bescheiden, maakt het gemeentebestuur gebruik van de daarvoor door de minister verstrekte formulieren, die zijn ingericht overeenkomstig de in die leden bedoelde modellen en zijn voorzien van een voor iedere gemeente uniek kenmerk.
2. Het model van het verslag, bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de wet, is vastgesteld volgens het model van bijlage 2 bij deze regeling.
3. Het model van de verklaring, bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de wet is vastgesteld volgens het model van bijlage 3 bij deze regeling.
4. De verklaring, bedoeld in het derde lid, is gebaseerd op een onderzoek dat is uitgevoerd overeenkomstig het in bijlage 4 bij deze regeling beschreven controle- en rapportageprotocol.
5. Bij de indiening van de opgave bedoeld in het eerste lid voegt het gemeentebestuur de kwartaalstatistiek WIW. Het model van de kwartaalstatistiek WIW is vastgesteld volgens het model van bijlage 6 bij deze regeling.
6. Bij de indiening van de in het eerste, tweede, derde en vijfde lid, bedoelde bescheiden, maakt het gemeentebestuur gebruik van de daarvoor door de minister verstrekte formulieren, die zijn ingericht overeenkomstig de in die leden bedoelde modellen en zijn voorzien van een voor iedere gemeente uniek kenmerk.