BWBR0009211
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 6
Algemene Regeling SZW-subsidies
1. Subsidie wordt slechts verleend, indien de subsidie-aanvrager:
a. aannemelijk heeft gemaakt, dat zijn financiële middelen, met inbegrip van de subsidie, voldoende zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren;
b. een zodanige werkwijze toepast dat redelijkerwijs mag worden verwacht, dat de met de subsidie beoogde doeleinden zullen worden bereikt;
c. geen reële mogelijkheden heeft om op andere wijze de benodigde gelden te verkrijgen;
d. aannemelijk heeft gemaakt dat de subsidiabele activiteiten voldoende kunnen worden beïïnvloed in kwalitatieve en kwantitatieve zin.
2. Indien de subsidie-aanvrager voor dezelfde subsidiabele activiteiten tevens subsidie van een ander bestuursorgaan heeft aangevraagd of ontvangt, dan wel in verband daarmee van anderen inkomsten verwerft, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, en wordt met die andere subsidies of inkomsten rekening gehouden bij de subsidieverstrekking.
a. aannemelijk heeft gemaakt, dat zijn financiële middelen, met inbegrip van de subsidie, voldoende zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren;
b. een zodanige werkwijze toepast dat redelijkerwijs mag worden verwacht, dat de met de subsidie beoogde doeleinden zullen worden bereikt;
c. geen reële mogelijkheden heeft om op andere wijze de benodigde gelden te verkrijgen;
d. aannemelijk heeft gemaakt dat de subsidiabele activiteiten voldoende kunnen worden beïïnvloed in kwalitatieve en kwantitatieve zin.
2. Indien de subsidie-aanvrager voor dezelfde subsidiabele activiteiten tevens subsidie van een ander bestuursorgaan heeft aangevraagd of ontvangt, dan wel in verband daarmee van anderen inkomsten verwerft, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, en wordt met die andere subsidies of inkomsten rekening gehouden bij de subsidieverstrekking.