BWBR0009181
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 2
Instelling, gebiedsindeling en bestuursgrootte kamers van koophandel
Met ingang van 1 januari 1998 gaan alle rechten, lasten, verplichtingen en bezittingen:
a. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Noordelijk Overijssel over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van het besluit;
b. van de opgeheven Kamers van Koophandel en Fabrieken voor de Noord-Veluwe en -Achterhoek en voor Twente en Salland over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van het besluit;
c. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Centraal Gelderland over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, van het besluit;
d. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Utrecht en Omstreken over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel h, van het besluit;
e. van de opgeheven Kamers van Koophandel en Fabrieken voor Eemland en voor Gooiland over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van het besluit;
f. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Rijnland over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel l, van het besluit;
g. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Haaglanden over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel m, van het besluit;
h. van de opgeheven Kamers van Koophandel en Fabrieken voor Midden-Holland, voor Rotterdam en de Beneden-Maas en voor Zuid-Holland Zuid over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel n, van het besluit;
i. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Zuid-West Gelderland over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel o, van het besluit;
j. van de opgeheven Kamers van Koophandel en Fabrieken voor Midden- en Noord-Zeeland en voor Zeeuwsch-Vlaanderen over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel p, van het besluit;
k. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Westelijk Noord-Brabant over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel q, van het besluit;
l. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Midden-Brabant over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel r, van het besluit;
m. van de opgeheven Kamers van Koophandel en Fabrieken voor Noordoost-Brabant en voor Zuidoost-Brabant over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel s, van het besluit;
n. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Noord- en Midden-Limburg over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel t, van het besluit;
o. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Zuid-Limburg over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel u, van het besluit;
p. van elke niet in de onderdelen a tot en met o genoemde en met ingang van 1 januari 1998 opgeheven kamer over op de in artikel 2 van het besluit bedoelde kamer tot welker grondgebied het gebied van de desbetreffende opgeheven kamer behoort.
a. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Noordelijk Overijssel over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van het besluit;
b. van de opgeheven Kamers van Koophandel en Fabrieken voor de Noord-Veluwe en -Achterhoek en voor Twente en Salland over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van het besluit;
c. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Centraal Gelderland over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, van het besluit;
d. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Utrecht en Omstreken over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel h, van het besluit;
e. van de opgeheven Kamers van Koophandel en Fabrieken voor Eemland en voor Gooiland over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van het besluit;
f. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Rijnland over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel l, van het besluit;
g. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Haaglanden over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel m, van het besluit;
h. van de opgeheven Kamers van Koophandel en Fabrieken voor Midden-Holland, voor Rotterdam en de Beneden-Maas en voor Zuid-Holland Zuid over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel n, van het besluit;
i. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Zuid-West Gelderland over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel o, van het besluit;
j. van de opgeheven Kamers van Koophandel en Fabrieken voor Midden- en Noord-Zeeland en voor Zeeuwsch-Vlaanderen over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel p, van het besluit;
k. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Westelijk Noord-Brabant over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel q, van het besluit;
l. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Midden-Brabant over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel r, van het besluit;
m. van de opgeheven Kamers van Koophandel en Fabrieken voor Noordoost-Brabant en voor Zuidoost-Brabant over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel s, van het besluit;
n. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Noord- en Midden-Limburg over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel t, van het besluit;
o. van de opgeheven Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Zuid-Limburg over op de kamer voor het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel u, van het besluit;
p. van elke niet in de onderdelen a tot en met o genoemde en met ingang van 1 januari 1998 opgeheven kamer over op de in artikel 2 van het besluit bedoelde kamer tot welker grondgebied het gebied van de desbetreffende opgeheven kamer behoort.