1. Bij de berekening van de subsidie worden uitsluitend de volgende, voor rekening van de subsidie-ontvanger komende kosten in aanmerking genomen:
a. indien het exportkrediet door de subsidie-ontvanger wordt verstrekt: het gekapitaliseerde verschil tussen de refinancieringsrente en de contractrente van het door de subsidie-ontvanger te verstrekken exportkrediet, berekend over de aflossingsperiode, of
b. indien de subsidie-ontvanger het exportkrediet doet verstrekken: het gekapitaliseerde verschil tussen de door de verstrekker aan de afnemer van de order in rekening te brengen contractrente en de door de verstrekker met de subsidie-ontvanger overeengekomen rente, berekend over de aflossingsperiode.
2. Bij de bepaling van de kosten worden de in het eerste lid bedoelde kosten over de gebruikelijke opnameperiode van het exportkrediet mede in aanmerking genomen, indien de order een levertijd heeft van meer dan een jaar en niet blijkt dat de ondersteuning van de buitenlandse concurrent door de buitenlandse overheid geen betrekking heeft op de verschuldigde rente over de opnameperiode.
3. Bij de bepaling van de kosten bedoeld in het eerste lid, vindt kapitalisatie plaats tegen de refinancieringsrente op basis van samengestelde interest voor wat betreft de aflossingsperiode.
4. Bij de bepaling van de kosten, bedoeld in het tweede lid, wordt uitgegaan van enkelvoudige interest tegen de refinancieringsrente gedurende de opnameperiode, uitgaande van een lineaire opname van het exportkrediet.
5. Bij de bepaling van de kosten wordt uitgegaan van de geldende rentestand op de datum van:
a. het verstrekken door een bank van een bindende offerte met betrekking tot de door de subsidie-ontvanger aan de bank te betalen rente voor de financiering van een te verstrekken exportkrediet, indien: 1º. de bindende offerte niet eerder dan twee weken voor het indienen van een aanvraag als bedoeld in artikel 9 van het Besluit subsidies exportfinancieringsarrangementen, door de subsidie-ontvanger is geaccepteerd,
2º. de bindende offerte en een bewijsstuk van de acceptatie, dat is mede-ondertekend door de bank, binnen twee weken na de datum van acceptatie is ingediend bij de minister, en
3º. de bindende offerte nog gelding heeft;
1º. de bindende offerte niet eerder dan twee weken voor het indienen van een aanvraag als bedoeld in artikel 9 van het Besluit subsidies exportfinancieringsarrangementen, door de subsidie-ontvanger is geaccepteerd,
2º. de bindende offerte en een bewijsstuk van de acceptatie, dat is mede-ondertekend door de bank, binnen twee weken na de datum van acceptatie is ingediend bij de minister, en
3º. de bindende offerte nog gelding heeft;
b. het afsluiten van de overeenkomst op grond waarvan het exportkrediet wordt verstrekt, indien er geen geaccepteerde geldige bindende offerte is.
6. In afwijking van het vijfde lid, onder b, wordt, indien de in dat artikellid bedoelde overeenkomst later wordt afgesloten dan 180 dagen na het afsluiten van de order, uitgegaan van de geldende rentestand op de laatste dag van de genoemde periode, indien dat leidt tot lagere kosten dan bij toepassing van het vijfde lid, onder b.
7. In afwijking van het vijfde lid, onder b, wordt, indien de in dat artikelllid bedoelde overeenkomst eerder wordt afgesloten dan 60 dagen voor het afsluiten van de order, uitgegaan van de geldende rentestand op de eerste dag van de genoemde periode, indien dat leidt tot lagere kosten dan bij toepassing van het vijfde lid, onder b.
8. In afwijking van het vijfde lid, onder b, wordt, indien er een bindende offerte is doch niet is voldaan aan de in het vijfde lid, onder a, bedoelde voorwaarden, uitgegaan van de geldende rentestand op de in het vijfde lid, onder a, genoemde datum, indien dat leidt tot lagere kosten dan bij toepassing van het vijfde lid, onder b.
9. Bij de bepaling van de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden provisies, commissies en premies ter verzekering van het fabricatierisico, kredietrisico, koersrisico en het omgekeerde koersrisico ter zake van het exportkrediet mede in aanmerking genomen voor zover deze niet reeds op grond van artikel 2, derde lid, in aanmerking zijn genomen en voor zover de subsidie-ontvanger heeft aangetoond, dat de buitenlandse concurrent door de buitenlandse overheid wordt ondersteund ter zake van deze provisies, commissies en verzekeringspremies.