BWBR0009170
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 2
Nederlandse uitvoeringsvoorschriften belastingverdrag Nederland-Finland 1995
1. Een inwoner van Finland die ingevolge artikel 10, tweede lid, van het Verdrag aanspraak heeft op vermindering van dividendbelasting of die als pensioenfonds zoals bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het Ver-drag ingevolge artikel 10, derde lid, van het Verdrag aanspraak heeft op algehele vrijstelling van dividend-belasting, levert voor het geldend maken van die aanspraak bij het belastingbestuur over zijn woonplaats een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud in op een formulier volgens het in de bijlage opgenomen model (formulier ’IB 92 FIN’).
Nadat hij een exemplaar van de verklaring voorzien van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging omtrent de woonplaats, van vorenbedoeld bestuur heeft terugontvangen, legt hij dit over bij het innen van de dividenden.
2. De vennootschap die dividend verschuldigd is, degene bij wie de opbrengst betaalbaar is gesteld, het administratiekantoor dat de opbrengst doorbetaalt aan certificaathouders, en degene tot wiens beroep het kopen of innen van dividendbewijzen gewoonlijk behoort, zijn bevoegd die opbrengst uit te betalen onder aftrek van slechts 15 percent dividendbelas-ting of zonder inhouding van dividendbelasting indien de gerechtigde tot de opbrengst is gerechtigd tot een vermindering van dividendbelasting in overeenstemming met artikel 10, tweede lid, van het Verdrag of tot een algehele vrijstelling van dividendbelasting in over-eenstemming met artikel 10, derde lid, van het Verdrag en voorts het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de in het eerste lid bedoelde verklaring heeft overgelegd.
3. Voor zover dividendbelasting die is ingehouden en afgedragen, ingevolge het tweede lid bij de uitbe-taling van de opbrengst niet in aftrek is gebracht, wordt deze aan de vennootschap teruggegeven na indiening van een verzoek bij de inspecteur binnen wiens ambtsgebied zij is gevestigd, onder overlegging van het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de in het eerste lid bedoelde verklaring. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
4. Indien de verzoeker (niet zijnde een pensioenfonds zoals bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het Verdrag) niet kan bevestigen dat hij uit hoofde van zijn eigendomsrechten met betrekking tot de in punt 2 van het formulier ’IB 92 FIN’ vermelde effecten, op de in dat punt vermelde datum(s) van betaalbaar-stelling gerechtigd is (was, zal zijn) tot de in dat punt vermelde inkomsten, dient hij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in punt 8 van het formulier en daarbij zijn specifieke omstandigheden nader toe te lichten. In dat geval mag het formulier ’IB 92 FIN’ slechts worden gebruikt als verzoek om gedeeltelijke teruggaaf van dividendbelasting.
5. Indien de verzoeker een pensioenfonds is zoals bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het Verdrag en niet kan bevestigen dat hij uit hoofde van zijn eigendomsrechten met betrekking tot de in punt 2 van het formu-lier ’IB 92 FIN’ vermelde effecten, op de in dat punt vermelde datum(s) van betaalbaarstelling gerechtigd is (was, zal zijn) tot de in dat punt vermelde inkomsten, kan hij geen aanspraak maken op vrijstelling van dividendbelasting.
6. Indien de verzoeker niet kan bevestigen dat hij de in punt 2 van het formulier ’IB 92 FIN’ vermelde effecten niet heeft verkregen ingevolge enige overeenkomst, optie of regeling, waarbij hij is overeengekomen of kan worden verplicht de effecten weer te verkopen of over te dragen, dient hij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in punt 8 van het formulier en daarbij zijn specifieke omstandigheden nader toe te lichten. In dat geval mag het formulier ’IB 92 FIN’ slechts worden gebruikt als een verzoek om:
algehele teruggaaf van dividendbelasting indien de verzoeker een pensioenfonds is zoals bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het Verdrag;
gedeeltelijke teruggaaf van dividendbelasting indien de verzoeker een natuurlijke persoon, een lichaam (niet zijnde een pensioenfonds zoals bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het Verdrag) of andere vereniging van personen is.
Nadat hij een exemplaar van de verklaring voorzien van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging omtrent de woonplaats, van vorenbedoeld bestuur heeft terugontvangen, legt hij dit over bij het innen van de dividenden.
2. De vennootschap die dividend verschuldigd is, degene bij wie de opbrengst betaalbaar is gesteld, het administratiekantoor dat de opbrengst doorbetaalt aan certificaathouders, en degene tot wiens beroep het kopen of innen van dividendbewijzen gewoonlijk behoort, zijn bevoegd die opbrengst uit te betalen onder aftrek van slechts 15 percent dividendbelas-ting of zonder inhouding van dividendbelasting indien de gerechtigde tot de opbrengst is gerechtigd tot een vermindering van dividendbelasting in overeenstemming met artikel 10, tweede lid, van het Verdrag of tot een algehele vrijstelling van dividendbelasting in over-eenstemming met artikel 10, derde lid, van het Verdrag en voorts het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de in het eerste lid bedoelde verklaring heeft overgelegd.
3. Voor zover dividendbelasting die is ingehouden en afgedragen, ingevolge het tweede lid bij de uitbe-taling van de opbrengst niet in aftrek is gebracht, wordt deze aan de vennootschap teruggegeven na indiening van een verzoek bij de inspecteur binnen wiens ambtsgebied zij is gevestigd, onder overlegging van het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de in het eerste lid bedoelde verklaring. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
4. Indien de verzoeker (niet zijnde een pensioenfonds zoals bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het Verdrag) niet kan bevestigen dat hij uit hoofde van zijn eigendomsrechten met betrekking tot de in punt 2 van het formulier ’IB 92 FIN’ vermelde effecten, op de in dat punt vermelde datum(s) van betaalbaar-stelling gerechtigd is (was, zal zijn) tot de in dat punt vermelde inkomsten, dient hij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in punt 8 van het formulier en daarbij zijn specifieke omstandigheden nader toe te lichten. In dat geval mag het formulier ’IB 92 FIN’ slechts worden gebruikt als verzoek om gedeeltelijke teruggaaf van dividendbelasting.
5. Indien de verzoeker een pensioenfonds is zoals bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het Verdrag en niet kan bevestigen dat hij uit hoofde van zijn eigendomsrechten met betrekking tot de in punt 2 van het formu-lier ’IB 92 FIN’ vermelde effecten, op de in dat punt vermelde datum(s) van betaalbaarstelling gerechtigd is (was, zal zijn) tot de in dat punt vermelde inkomsten, kan hij geen aanspraak maken op vrijstelling van dividendbelasting.
6. Indien de verzoeker niet kan bevestigen dat hij de in punt 2 van het formulier ’IB 92 FIN’ vermelde effecten niet heeft verkregen ingevolge enige overeenkomst, optie of regeling, waarbij hij is overeengekomen of kan worden verplicht de effecten weer te verkopen of over te dragen, dient hij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in punt 8 van het formulier en daarbij zijn specifieke omstandigheden nader toe te lichten. In dat geval mag het formulier ’IB 92 FIN’ slechts worden gebruikt als een verzoek om:
algehele teruggaaf van dividendbelasting indien de verzoeker een pensioenfonds is zoals bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het Verdrag;
gedeeltelijke teruggaaf van dividendbelasting indien de verzoeker een natuurlijke persoon, een lichaam (niet zijnde een pensioenfonds zoals bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het Verdrag) of andere vereniging van personen is.