1. De gehaltemerken, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage, onder I, tweede onderdeel, onder a, 1°, onder b, 1°, onder c, 1°, en onder d, 1°, en derde onderdeel, onder a, 1°, onder b, 1°, en onder c, 1°, worden uitsluitend te zamen met het kantooraanduidend merk, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage, onder III en het jaarlettermerk afgeslagen.
2. De waarborginstelling die het onderzoek heeft verricht, slaat uitsluitend het aan haar toegewezen gehaltemerk, zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage, onder I, eerste onderdeel, tweede onderdeel, onder a, 2°, onder b, 2°, onder c, 2°, en onder d, 2°, en derde onderdeel, onder a, 2°, onder b, 2°, onder c, 2°, en onder II, eerste, tweede en derde onderdeel, af.
3. Het gehaltemerk, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage, onder I, eerste onderdeel, wordt op verzoek van degene, die het werk ter waarborging heeft aangeboden, te zamen met het kantooraanduidend merk, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage, onder III en het jaarlettermerk afgeslagen.
4. Indien een werk bestaat uit onderdelen van een van de in
artikel 1 van de wetbedoelde metalen en op grond van artikel 13op ieder van die onderdelen een gehaltemerk wordt afgeslagen, wordt slechts op één van die onderdelen het gehaltemerk te zamen met het kantooraanduidend merk, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage, onder III en jaarlettermerk afgeslagen.