BWBR0009129
Geldig vanaf 1998-01-24
Artikel 6
IJkregeling meetreservoirs
Meetreservoirs zijn naar hun samenstelling en de wijze van opstelling te onderscheiden in:
a. reservoirs, welke, behoudens geringe afwijkingen, de vorm hebben van: 1°. een rechte cilinder, waarvan de beschrijvende lijnen verticaal zijn;
2°. een rechthoekig parallellepipedum, waarvan de langste ribben verticaal zijn;
3°. een kubus, waarvan vier ribben verticaal zijn;
4°. een bol;
1°. een rechte cilinder, waarvan de beschrijvende lijnen verticaal zijn;
2°. een rechthoekig parallellepipedum, waarvan de langste ribben verticaal zijn;
3°. een kubus, waarvan vier ribben verticaal zijn;
4°. een bol;
b. reservoirs, welke, behoudens geringe afwijkingen, de vorm hebben van: 1°. een rechte cilinder, waarvan de beschrijvende lijnen horizontaal zijn;
2°. een rechthoekig parallellepipedum, waarvan 4 ribben, doch niet de langste, verticaal zijn;
1°. een rechte cilinder, waarvan de beschrijvende lijnen horizontaal zijn;
2°. een rechthoekig parallellepipedum, waarvan 4 ribben, doch niet de langste, verticaal zijn;
c. andere reservoirs dan die, bedoeld onder a en b, voor zover de samenstelling en de wijze van opstelling ervan naar het oordeel van de ijkinstelling of de ijkbevoegde voldoende doelmatig zijn.
a. reservoirs, welke, behoudens geringe afwijkingen, de vorm hebben van: 1°. een rechte cilinder, waarvan de beschrijvende lijnen verticaal zijn;
2°. een rechthoekig parallellepipedum, waarvan de langste ribben verticaal zijn;
3°. een kubus, waarvan vier ribben verticaal zijn;
4°. een bol;
1°. een rechte cilinder, waarvan de beschrijvende lijnen verticaal zijn;
2°. een rechthoekig parallellepipedum, waarvan de langste ribben verticaal zijn;
3°. een kubus, waarvan vier ribben verticaal zijn;
4°. een bol;
b. reservoirs, welke, behoudens geringe afwijkingen, de vorm hebben van: 1°. een rechte cilinder, waarvan de beschrijvende lijnen horizontaal zijn;
2°. een rechthoekig parallellepipedum, waarvan 4 ribben, doch niet de langste, verticaal zijn;
1°. een rechte cilinder, waarvan de beschrijvende lijnen horizontaal zijn;
2°. een rechthoekig parallellepipedum, waarvan 4 ribben, doch niet de langste, verticaal zijn;
c. andere reservoirs dan die, bedoeld onder a en b, voor zover de samenstelling en de wijze van opstelling ervan naar het oordeel van de ijkinstelling of de ijkbevoegde voldoende doelmatig zijn.