BWBR0009124
Geldig vanaf 2013-08-20
Artikel 18
Wet zeevarenden
1. Een ieder die aan boord van een schip een functie vervult als bedoeld in het tweede lid waarvoor krachtens deze wet eisen zijn gesteld, is in het bezit van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs voor die functie.
2. De vaarbevoegdheden die op de vaarbevoegdheidsbewijzen kunnen worden aangetekend hebben betrekking op de volgende functies:
a. kapitein alle schepen kapitein schepen van minder dan 3000 GT kapitein schepen van minder dan 500 GT eerste stuurman alle schepen eerste stuurman schepen van minder dan 3000 GT eerste stuurman schepen van minder dan 500 GT wachtstuurman alle schepen
b. hoofdwerktuigkundige alle schepen hoofdwerktuigkundige schepen met minder dan 3000 kW voortstuwingsvermogen tweede werktuigkundige alle schepen tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3000 kW voortstuwingsvermogen wachtwerktuigkundige alle schepen
c. eerste maritiem officier alle schepen eerste maritiem officier schepen van minder dan 3000 GT en minder dan 3000 kW voortstuwingsvermogen maritiem officier alle schepen maritiem officier schepen van minder dan 3000 GT en minder dan 3000 kW voortstuwingsvermogen
d. officier elektrotechniek alle schepen
e. gekwalificeerd gezel dek alle schepen gekwalificeerd gezel machinekamer alle schepen gekwalificeerd gezel dek en machinekamer alle schepen wachtlopend gezel dek alle schepen wachtlopend gezel machinekamer alle schepen wachtlopend gezel dek en machinekamer alle schepen
f. gezel elektrotechniek alle schepen
g. kapitein zeilvaart eerste stuurman zeilvaart wachtstuurman zeilvaart
h. gezel zeilvaart
i. schipper zeevisvaart plaatsvervangend schipper zeevisvaart stuurman zeevisvaart stuurman-werktuigkundige zeevisvaart hoofdwerktuigkundige zeevisvaart tweede werktuigkundige zeevisvaart wachtwerktuigkundige zeevisvaart
j. gezel zeevisvaart
k. radio-operator
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke beperkingen of aanvullingen mogen worden aangebracht op een vaarbevoegdheidsbewijs in verband met de aard van de lading, het soort schip, de GT, het voortstuwingsvermogen, het type voortstuwing, de scheepslengte of het vaargebied.
4. In afwijking van het eerste lid kan een bemanningslid dat erkenning van zijn vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, of 22a, eerste lid, heeft aangevraagd, voor een periode van ten hoogste 3 maanden volstaan met een door Onze Minister op aanvraag afgegeven bewijs van aanvraag om erkenning van een vaarbevoegdheidsbewijs, tezamen met het te erkennen vaarbevoegdheidsbewijs. Het bepaalde in de vorige volzin is niet van toepassing in bij ministeriële regeling aangewezen gevallen. Bij ministeriële regeling worden de voorwaarden vastgesteld waaronder een bewijs van aanvraag om erkenning van een vaarbevoegdheidsbewijs wordt afgegeven.
2. De vaarbevoegdheden die op de vaarbevoegdheidsbewijzen kunnen worden aangetekend hebben betrekking op de volgende functies:
a. kapitein alle schepen kapitein schepen van minder dan 3000 GT kapitein schepen van minder dan 500 GT eerste stuurman alle schepen eerste stuurman schepen van minder dan 3000 GT eerste stuurman schepen van minder dan 500 GT wachtstuurman alle schepen
b. hoofdwerktuigkundige alle schepen hoofdwerktuigkundige schepen met minder dan 3000 kW voortstuwingsvermogen tweede werktuigkundige alle schepen tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3000 kW voortstuwingsvermogen wachtwerktuigkundige alle schepen
c. eerste maritiem officier alle schepen eerste maritiem officier schepen van minder dan 3000 GT en minder dan 3000 kW voortstuwingsvermogen maritiem officier alle schepen maritiem officier schepen van minder dan 3000 GT en minder dan 3000 kW voortstuwingsvermogen
d. officier elektrotechniek alle schepen
e. gekwalificeerd gezel dek alle schepen gekwalificeerd gezel machinekamer alle schepen gekwalificeerd gezel dek en machinekamer alle schepen wachtlopend gezel dek alle schepen wachtlopend gezel machinekamer alle schepen wachtlopend gezel dek en machinekamer alle schepen
f. gezel elektrotechniek alle schepen
g. kapitein zeilvaart eerste stuurman zeilvaart wachtstuurman zeilvaart
h. gezel zeilvaart
i. schipper zeevisvaart plaatsvervangend schipper zeevisvaart stuurman zeevisvaart stuurman-werktuigkundige zeevisvaart hoofdwerktuigkundige zeevisvaart tweede werktuigkundige zeevisvaart wachtwerktuigkundige zeevisvaart
j. gezel zeevisvaart
k. radio-operator
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke beperkingen of aanvullingen mogen worden aangebracht op een vaarbevoegdheidsbewijs in verband met de aard van de lading, het soort schip, de GT, het voortstuwingsvermogen, het type voortstuwing, de scheepslengte of het vaargebied.
4. In afwijking van het eerste lid kan een bemanningslid dat erkenning van zijn vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, of 22a, eerste lid, heeft aangevraagd, voor een periode van ten hoogste 3 maanden volstaan met een door Onze Minister op aanvraag afgegeven bewijs van aanvraag om erkenning van een vaarbevoegdheidsbewijs, tezamen met het te erkennen vaarbevoegdheidsbewijs. Het bepaalde in de vorige volzin is niet van toepassing in bij ministeriële regeling aangewezen gevallen. Bij ministeriële regeling worden de voorwaarden vastgesteld waaronder een bewijs van aanvraag om erkenning van een vaarbevoegdheidsbewijs wordt afgegeven.