BWBR0009095
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 3a
Subsidieregeling branchecentra voor technologie 1998
1. Als kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:
a. de volgende rechtstreeks aan de activiteiten toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag gemaakte en betaalde kosten: 1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het bruto jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolommen 3, 4 en 13 van de loonstaat van het betrokken directe personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar;
2°. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op de historische aanschafprijzen;
3°. de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het project toe te rekenen lease-termijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen, berekend op basis van de historische aanschafwaarde, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van vijf jaar;
4°. aan derden verschuldigde kosten, huisvestingskosten en kosten van collectief onderzoek daaronder niet begrepen;
5°. reis- en verblijfskosten alsmede kosten van deelneming aan wetenschappelijke symposia, tot een maximum 5 procent van de onder 1° bedoelde loonkosten;
1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het bruto jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolommen 3, 4 en 13 van de loonstaat van het betrokken directe personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar;
2°. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op de historische aanschafprijzen;
3°. de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het project toe te rekenen lease-termijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen, berekend op basis van de historische aanschafwaarde, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van vijf jaar;
4°. aan derden verschuldigde kosten, huisvestingskosten en kosten van collectief onderzoek daaronder niet begrepen;
5°. reis- en verblijfskosten alsmede kosten van deelneming aan wetenschappelijke symposia, tot een maximum 5 procent van de onder 1° bedoelde loonkosten;
b. een opslag voor algemene kosten, groot 25 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.
2. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van de omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger omzetbelasting niet kan verrekenen met door hem af te dragen omzetbelasting.
a. de volgende rechtstreeks aan de activiteiten toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag gemaakte en betaalde kosten: 1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het bruto jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolommen 3, 4 en 13 van de loonstaat van het betrokken directe personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar;
2°. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op de historische aanschafprijzen;
3°. de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het project toe te rekenen lease-termijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen, berekend op basis van de historische aanschafwaarde, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van vijf jaar;
4°. aan derden verschuldigde kosten, huisvestingskosten en kosten van collectief onderzoek daaronder niet begrepen;
5°. reis- en verblijfskosten alsmede kosten van deelneming aan wetenschappelijke symposia, tot een maximum 5 procent van de onder 1° bedoelde loonkosten;
1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het bruto jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolommen 3, 4 en 13 van de loonstaat van het betrokken directe personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar;
2°. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op de historische aanschafprijzen;
3°. de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het project toe te rekenen lease-termijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen, berekend op basis van de historische aanschafwaarde, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van vijf jaar;
4°. aan derden verschuldigde kosten, huisvestingskosten en kosten van collectief onderzoek daaronder niet begrepen;
5°. reis- en verblijfskosten alsmede kosten van deelneming aan wetenschappelijke symposia, tot een maximum 5 procent van de onder 1° bedoelde loonkosten;
b. een opslag voor algemene kosten, groot 25 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.
2. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van de omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger omzetbelasting niet kan verrekenen met door hem af te dragen omzetbelasting.