BWBR0009094
Geldig vanaf 2009-06-12
Artikel 3a
Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen
1. Het bevoegd gezag verbindt aan een omgevingsvergunning voor de opslag van afvalstoffen het voorschrift dat opslag van afvalstoffen is toegestaan voor een termijn van ten hoogste één jaar.
2. Indien de vergunninghouder ten genoegen van het bevoegd gezag aantoont dat de opslag van afvalstoffen gevolgd wordt door nuttige toepassing van afvalstoffen, kan het bevoegd gezag, in afwijking van het eerste lid, aan een zodanige vergunning het voorschrift verbinden dat de opslag van afvalstoffen is toegestaan voor een termijn van ten hoogste drie jaar.
3. Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, aan een omgevingsvergunning voor de opslag in oppervlaktewater van baggerspecie niet zijnde een gevaarlijke afvalstof als bedoeld in de Wet milieubeheerhet voorschrift verbinden dat de opslag is toegestaan voor een termijn van ten hoogste tien jaar.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid, gelden met betrekking tot de bij voorschrift aan een omgevingsvergunning, voor de opslag van metallisch kwik, te verbinden termijnen de daarover bij of krachtens Verordening (EU) nr. 2017/852 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende kwik, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1102/2008(PbEU 2017, L 137) gestelde regels.
2. Indien de vergunninghouder ten genoegen van het bevoegd gezag aantoont dat de opslag van afvalstoffen gevolgd wordt door nuttige toepassing van afvalstoffen, kan het bevoegd gezag, in afwijking van het eerste lid, aan een zodanige vergunning het voorschrift verbinden dat de opslag van afvalstoffen is toegestaan voor een termijn van ten hoogste drie jaar.
3. Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, aan een omgevingsvergunning voor de opslag in oppervlaktewater van baggerspecie niet zijnde een gevaarlijke afvalstof als bedoeld in de Wet milieubeheerhet voorschrift verbinden dat de opslag is toegestaan voor een termijn van ten hoogste tien jaar.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid, gelden met betrekking tot de bij voorschrift aan een omgevingsvergunning, voor de opslag van metallisch kwik, te verbinden termijnen de daarover bij of krachtens Verordening (EU) nr. 2017/852 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende kwik, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1102/2008(PbEU 2017, L 137) gestelde regels.