BWBR0009090
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 5
Subsidieregeling nieuwe energie-efficiënte combinaties met w/k-systemen 1998
1. Er is een Adviescollege nieuwe energie-efficiënte w/k-systemen, dat tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie op grond van deze regeling.
2. Het adviescollege bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten hoogste vier andere leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop het adviescollege een taak heeft en zijn geen ambtenaren, werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken.
3. De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van een jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.
4. Het adviescollege stelt zijn eigen werkwijze vast.
5. De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van het adviescollege bij te wonen.
6. In het secretariaat van het adviescollege wordt door de minister voorzien.
7. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van het adviescollege geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van het adviescollege opgeborgen in het archief van dat ministerie.
8. Het college verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
9. Het college stelt na beëindiging van zijn werkzaamheden een verslag op van zijn werkzaamheden, waarin het tevens aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn taakvervulling. Het verslag wordt aan de minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.
2. Het adviescollege bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten hoogste vier andere leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop het adviescollege een taak heeft en zijn geen ambtenaren, werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken.
3. De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van een jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.
4. Het adviescollege stelt zijn eigen werkwijze vast.
5. De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van het adviescollege bij te wonen.
6. In het secretariaat van het adviescollege wordt door de minister voorzien.
7. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van het adviescollege geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van het adviescollege opgeborgen in het archief van dat ministerie.
8. Het college verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
9. Het college stelt na beëindiging van zijn werkzaamheden een verslag op van zijn werkzaamheden, waarin het tevens aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn taakvervulling. Het verslag wordt aan de minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.