BWBR0009080
Geldig vanaf 1997-12-19
Artikel 18
Besluit op de lijkbezorging
1. Met de lijken van personen, aan boord van een schip op zee dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren overleden, wordt zo gehandeld dat in de wijze van lijkbezorging alsmede de plaats daarvan kan worden voorzien overeenkomstig de wens van de overledene. Indien zijn wens niet bekend is, geschiedt de lijkbezorging overeenkomstig de wens van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel dan wel, bij ontstentenis of onbereikbaarheid van deze, de naaste onmiddellijk bereikbare meerderjarige bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad.
2. Met de lijken van doodgeborenen, aan boord van een schip op zee dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren ter wereld gekomen, wordt zo gehandeld dat in de wijze van lijkbezorging alsmede de plaats daarvan kan worden voorzien overeenkomstig de wens van de moeder of beide ouders.
2. Met de lijken van doodgeborenen, aan boord van een schip op zee dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren ter wereld gekomen, wordt zo gehandeld dat in de wijze van lijkbezorging alsmede de plaats daarvan kan worden voorzien overeenkomstig de wens van de moeder of beide ouders.