BWBR0009079
Geldig vanaf 2015-03-04
Artikel 14
Wet inzake bloedvoorziening
1. Het is verboden de aflevering van bloedproducten en tussenproducten te laten geschieden tegen een vergoeding die meer bedraagt dan de kosten welke ten behoeve van het inzamelen van bloed, het bereiden of het afleveren zijn gemaakt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. bloedproducten waarvoor op grond van artikel 40 van de Geneesmiddelenwet een vergunning verplicht is voor het in de handel brengen;
b. bloedproducten en tussenproducten die bestemd zijn om te dienen als grondstof voor de productie van bloedproducten als bedoeld onder a.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor het bepalen van de minimumprijs voor bloedproducten en tussenproducten als bedoeld in het tweede lid, onder b, die door de Bloedvoorzieningsorganisatie zijn ingezameld. Hierbij kunnen voor verschillende producten verschillende regels worden vastgesteld.
4. Voor zover de Bloedvoorzieningsorganisatie beschikking heeft over winst die is behaald bij de aflevering van producten als bedoeld in het tweede lid, wordt deze winst slechts gebruikt ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in het artikel 3, eerste lid.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. bloedproducten waarvoor op grond van artikel 40 van de Geneesmiddelenwet een vergunning verplicht is voor het in de handel brengen;
b. bloedproducten en tussenproducten die bestemd zijn om te dienen als grondstof voor de productie van bloedproducten als bedoeld onder a.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor het bepalen van de minimumprijs voor bloedproducten en tussenproducten als bedoeld in het tweede lid, onder b, die door de Bloedvoorzieningsorganisatie zijn ingezameld. Hierbij kunnen voor verschillende producten verschillende regels worden vastgesteld.
4. Voor zover de Bloedvoorzieningsorganisatie beschikking heeft over winst die is behaald bij de aflevering van producten als bedoeld in het tweede lid, wordt deze winst slechts gebruikt ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in het artikel 3, eerste lid.