BWBR0009057
Geldig vanaf 1997-12-03
Artikel 10
Opkoopregeling varkenshouderij
1. De minister beslist gelijktijdig op de ingediende aanvragen aan de hand van een rangschikking waarbij telkenmale de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor toewijzing in aanmerking komt.
2. De rangschikking vindt plaats op grond van de gewogen prijs per kilogram fosfaat, waarbij telkenmale de laagste gewogen prijs het hoogst wordt gerangschikt.
3. De gewogen prijs als bedoeld in het tweede lid is de vraagprijs gedeeld door de som van:
a. de gerealiseerde mestproductie van het bedrijf in 1996 afkomstig van varkens;
b. de gerealiseerde mestproductie van het bedrijf in 1996 afkomstig van kippen, voor zover deze niet groter is dan het ten aanzien van het bedrijf geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen in 1996 verminderd met de gerealiseerde mestproductie als bedoeld in onderdeel a;
c. de gerealiseerde mestproductie van het bedrijf in 1996 afkomstig van andere diersoorten dan varkens en kippen, voor zover deze groter is dan de som van het in 1996 ten aanzien van het bedrijf geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor deze andere diersoorten en het grondgebonden recht en niet groter dan het verschil tussen het ten aanzien van het bedrijf geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen in 1996 en de som van de gerealiseerde mestproductie als bedoeld in de onderdelen a en b;
d. het deel van het ten aanzien van het bedrijf geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen dat na 1996 en vóór 10 juli 1997 is verworven; en
e. het deel van het ten aanzien van het bedrijf geregistreerde mestproductierecht voor varkens en kippen dat in 1996 is verworven maar ingevolge artikel 9, zesde lid, van de wet niet kon worden benut.
4. Indien het aangeboden recht kleiner is dan de omvang van het ten aanzien van het bedrijf geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen in 1996, wordt de overeenkomstig het derde lid bepaalde som van de onderdelen a tot en met e vermenigvuldigd met het aangeboden recht gedeeld door het ten aanzien van het bedrijf geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen in 1996.
5. In het geval dat meer aanvragen een gelijke gewogen prijs hebben en bij gelijktijdige toewijzing van deze aanvragen het in artikel 4, eerste lid, bedoelde bedrag zou worden overschreden, worden deze aanvragen gerangschikt op grond van:
a. de gerealiseerde mestproductie van het bedrijf in 1996 afkomstig van fokzeugen;
b. het deel van het ten aanzien van het bedrijf geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen dat na 1996 en vóór 10 juli 1997 is verworven;
c. het deel van het ten aanzien van het bedrijf geregistreerde mestproductierecht voor varkens en kippen dat in 1996 is verworven, maar ingevolge artikel 9, zesde lid, van de wet niet kon worden benut;
waarbij de som van de onderdelen a tot en met c wordt gedeeld door het op 1 januari 1998 ten aanzien van het bedrijf geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, waarbij het grootste quotiënt telkens het hoogste wordt gerangschikt. Bij gelijke quotiënten worden de aanvragen gerangschikt naar volgorde van ontvangst en bij gelijke volgorde van ontvangst door loting.
6. De gerealiseerde mestproductie van het bedrijf als bedoeld in het derde en vierde lid wordt vastgesteld aan de hand van de gegevens van de aangifte overschotheffing over 1996 overeenkomstig artikel 2 van de Regeling aanwijzing diersoorten en hun mestproduktie.
7. Indien voor de toepassing van het derde lid het jaar 1995 voor de aanvrager tot een hogere rangschikking van zijn aanvraag leidt, wordt in het derde, vierde, vijfde en zesde lid in plaats van ’1996’ telkens gelezen: 1995.
2. De rangschikking vindt plaats op grond van de gewogen prijs per kilogram fosfaat, waarbij telkenmale de laagste gewogen prijs het hoogst wordt gerangschikt.
3. De gewogen prijs als bedoeld in het tweede lid is de vraagprijs gedeeld door de som van:
a. de gerealiseerde mestproductie van het bedrijf in 1996 afkomstig van varkens;
b. de gerealiseerde mestproductie van het bedrijf in 1996 afkomstig van kippen, voor zover deze niet groter is dan het ten aanzien van het bedrijf geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen in 1996 verminderd met de gerealiseerde mestproductie als bedoeld in onderdeel a;
c. de gerealiseerde mestproductie van het bedrijf in 1996 afkomstig van andere diersoorten dan varkens en kippen, voor zover deze groter is dan de som van het in 1996 ten aanzien van het bedrijf geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor deze andere diersoorten en het grondgebonden recht en niet groter dan het verschil tussen het ten aanzien van het bedrijf geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen in 1996 en de som van de gerealiseerde mestproductie als bedoeld in de onderdelen a en b;
d. het deel van het ten aanzien van het bedrijf geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen dat na 1996 en vóór 10 juli 1997 is verworven; en
e. het deel van het ten aanzien van het bedrijf geregistreerde mestproductierecht voor varkens en kippen dat in 1996 is verworven maar ingevolge artikel 9, zesde lid, van de wet niet kon worden benut.
4. Indien het aangeboden recht kleiner is dan de omvang van het ten aanzien van het bedrijf geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen in 1996, wordt de overeenkomstig het derde lid bepaalde som van de onderdelen a tot en met e vermenigvuldigd met het aangeboden recht gedeeld door het ten aanzien van het bedrijf geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen in 1996.
5. In het geval dat meer aanvragen een gelijke gewogen prijs hebben en bij gelijktijdige toewijzing van deze aanvragen het in artikel 4, eerste lid, bedoelde bedrag zou worden overschreden, worden deze aanvragen gerangschikt op grond van:
a. de gerealiseerde mestproductie van het bedrijf in 1996 afkomstig van fokzeugen;
b. het deel van het ten aanzien van het bedrijf geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen dat na 1996 en vóór 10 juli 1997 is verworven;
c. het deel van het ten aanzien van het bedrijf geregistreerde mestproductierecht voor varkens en kippen dat in 1996 is verworven, maar ingevolge artikel 9, zesde lid, van de wet niet kon worden benut;
waarbij de som van de onderdelen a tot en met c wordt gedeeld door het op 1 januari 1998 ten aanzien van het bedrijf geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, waarbij het grootste quotiënt telkens het hoogste wordt gerangschikt. Bij gelijke quotiënten worden de aanvragen gerangschikt naar volgorde van ontvangst en bij gelijke volgorde van ontvangst door loting.
6. De gerealiseerde mestproductie van het bedrijf als bedoeld in het derde en vierde lid wordt vastgesteld aan de hand van de gegevens van de aangifte overschotheffing over 1996 overeenkomstig artikel 2 van de Regeling aanwijzing diersoorten en hun mestproduktie.
7. Indien voor de toepassing van het derde lid het jaar 1995 voor de aanvrager tot een hogere rangschikking van zijn aanvraag leidt, wordt in het derde, vierde, vijfde en zesde lid in plaats van ’1996’ telkens gelezen: 1995.