BWBR0009055
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 7
Wet overige BiZa-subsidies
1. Onze Minister kan subsidies verstrekken ten behoeve van activiteiten gericht op:
a. het verminderen van de gelegenheid tot het plegen van strafbare feiten;
b. het vergroten van de kennis en het inzicht in veiligheidsvraagstukken, alsmede het verder ontwikkelen van integraal veiligheidsbeleid;
c. het vergroten van de veiligheid in de samenleving in het algemeen, waaronder de handhaving van de openbare orde;
d. het ondersteunen van bijzondere activiteiten ten behoeve van de politie, de brandweer of de rampenbestrijdingsorganisaties.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling kunnen de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt, nader worden bepaald, alsmede de criteria voor die verstrekking worden vastgesteld.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;
b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
c. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
d. de verplichtingen van de subsidieontvanger;
e. de vaststelling van de subsidie;
f. intrekking en wijziging van de subsidieverlening of subsidievaststelling;
g. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten;
h. het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht.
4. Onze Minister maakt, onverminderd het bepaalde in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, de resultaten van onderzoek waarvoor subsidie is verstrekt, zo spoedig mogelijk openbaar, maar in ieder geval binnen zes maanden na de aanbieding ervan aan Onze Minister.
a. het verminderen van de gelegenheid tot het plegen van strafbare feiten;
b. het vergroten van de kennis en het inzicht in veiligheidsvraagstukken, alsmede het verder ontwikkelen van integraal veiligheidsbeleid;
c. het vergroten van de veiligheid in de samenleving in het algemeen, waaronder de handhaving van de openbare orde;
d. het ondersteunen van bijzondere activiteiten ten behoeve van de politie, de brandweer of de rampenbestrijdingsorganisaties.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling kunnen de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt, nader worden bepaald, alsmede de criteria voor die verstrekking worden vastgesteld.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;
b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
c. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
d. de verplichtingen van de subsidieontvanger;
e. de vaststelling van de subsidie;
f. intrekking en wijziging van de subsidieverlening of subsidievaststelling;
g. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten;
h. het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht.
4. Onze Minister maakt, onverminderd het bepaalde in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, de resultaten van onderzoek waarvoor subsidie is verstrekt, zo spoedig mogelijk openbaar, maar in ieder geval binnen zes maanden na de aanbieding ervan aan Onze Minister.