1. De minister kan ontheffing verlenen van het bepaalde in de artikelen 3, 5en 6, indien de houder van een vergunning een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in
artikel 17, onderdeel a, van het Frequentiebesluitheeft ingediend waarop de artikelen 3, 5 en 6 van toepassing zijn.
2. Aan een ontheffing kunnen voorschriften en voorwaarden verbonden worden.