BWBR0009012
Geldig vanaf 1997-11-16
Artikel 2
Regeling vrijstelling sleepnetvisserij
1. Van het bepaalde in artikel 6c, eerste lid, van het Reglement zee- en kustvisserij 1977wordt vrijstelling verleend voor het uitoefenen van de visserij met de boomkor met vaartuigen, andere dan vissersvaartuigen met een lengte over alles kleiner dan 8 meter, in de visserijzone, het zeegebied en de Westerschelde, alsmede voor het in deze wateren aan boord van zodanige vaartuigen aanwezig hebben van een boomkor.
2. Van het bepaalde in artikel 7, eerste lid, van de Beschikking visserij, visserijzone, zeegebied en kustwaterenwordt vrijstelling verleend voor het vissen in de visserijzone en het zeegebied:
met vaartuigen met een lengte kleiner dan 8 meter, voor zover het betreft de visserij met de boomkor of een bordennet;
met vaartuigen met een lengte over alles tussen de 8 en 10 meter, voor zover het betreft de visserij met een bordennet.
3. Van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, van de Regeling vangstbeperking wordt vrijstelling verleend in de visserijzone, het zeegebied en de Westerschelde, voor vaartuigen, andere dan vissersvaartuigen:
met een lengte over alles kleiner dan 8 meter, voor zover het betreft het verbod om een boomkor aan boord te hebben,
met een lengte over alles kleiner dan 10 meter, voor zover het betreft het verbod om een bordennet aan boord te hebben.
4. De in het eerste lid bedoelde vrijstelling wordt slechts verleend voor vaartuigen met één boomkor met een maximale breedte van 150 cm, gemeten tussen de uiteinden van de constructie, zonder dat er voorzieningen zijn getroffen waardoor de boomkor kan worden uitgeschoven of verlengd.
5. De in het tweede en derde lid bedoelde vrijstellingen worden slechts verleend voor vaartuigen met één boomkor als bedoeld in het vierde lid, of met één bordennet waarvan de hoogte van de visborden niet meer bedraagt dan 70 cm en waarvan de lengte van de bovenpees, inclusief stroppen en kabels, niet meer bedraagt dan 225 cm, gemeten vanaf de achterzijde van het ene tot de achterzijde van het andere bord.
2. Van het bepaalde in artikel 7, eerste lid, van de Beschikking visserij, visserijzone, zeegebied en kustwaterenwordt vrijstelling verleend voor het vissen in de visserijzone en het zeegebied:
met vaartuigen met een lengte kleiner dan 8 meter, voor zover het betreft de visserij met de boomkor of een bordennet;
met vaartuigen met een lengte over alles tussen de 8 en 10 meter, voor zover het betreft de visserij met een bordennet.
3. Van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, van de Regeling vangstbeperking wordt vrijstelling verleend in de visserijzone, het zeegebied en de Westerschelde, voor vaartuigen, andere dan vissersvaartuigen:
met een lengte over alles kleiner dan 8 meter, voor zover het betreft het verbod om een boomkor aan boord te hebben,
met een lengte over alles kleiner dan 10 meter, voor zover het betreft het verbod om een bordennet aan boord te hebben.
4. De in het eerste lid bedoelde vrijstelling wordt slechts verleend voor vaartuigen met één boomkor met een maximale breedte van 150 cm, gemeten tussen de uiteinden van de constructie, zonder dat er voorzieningen zijn getroffen waardoor de boomkor kan worden uitgeschoven of verlengd.
5. De in het tweede en derde lid bedoelde vrijstellingen worden slechts verleend voor vaartuigen met één boomkor als bedoeld in het vierde lid, of met één bordennet waarvan de hoogte van de visborden niet meer bedraagt dan 70 cm en waarvan de lengte van de bovenpees, inclusief stroppen en kabels, niet meer bedraagt dan 225 cm, gemeten vanaf de achterzijde van het ene tot de achterzijde van het andere bord.