BWBR0009008
Geldig vanaf 1997-11-16
Artikel 1
Regeling aassoorten hengel
Als aas, bedoeld in artikel 10, zevende lid, onderdeel a, van de Visserijwet 1963worden aangewezen:
a. brood, aardappel, deeg, kaas, al dan niet gekiemde granen, zaden, worm en steurkrab;
b. insecten en insectenlarven, alsmede nabootsingen daarvan, voor zover van deze nabootsingen de grootste afmeting niet meer bedraagt dan 2,5 cm.
a. brood, aardappel, deeg, kaas, al dan niet gekiemde granen, zaden, worm en steurkrab;
b. insecten en insectenlarven, alsmede nabootsingen daarvan, voor zover van deze nabootsingen de grootste afmeting niet meer bedraagt dan 2,5 cm.