BWBR0008983
Geldig vanaf 1997-11-23
Artikel 2
Regeling financiering actieplannen Jeugd en Veiligheid 1997-1999 G6
1. Het gemeentebestuur verschaft binnen negen maanden na afloop van het jaar waarvoor de bijdrage is toegekend, de minister van Binnenlandse Zaken schriftelijk de informatie als bedoeld in artikel 182, achtste lid, van de Gemeentewetover de besteding daarvan.
2. Binnen drie maanden na ontvangst van de informatie, bedoeld in het eerste lid, stelt de minister van Binnen-landse Zaken de bijdrage definitief vast.
3. De minister van Binnenlandse Zaken kan een verleend voorschot geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de rekening, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewetdan wel uit een afzonderlijke verantwoording, voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, blijkt dat het bedrag niet in overeenstemming met deze regeling is besteed.
4. Indien in enig jaar geld onbesteed blijft, kan dit voor hetzelfde doel gereserveerd blijven. De gemeente dient hiertoe een bestedingsvoorstel in bij het ministerie van Binnenlandse Zaken als onderdeel van de verantwoording.
5. De minister van Binnenlandse Zaken kan nadere regels stellen over de reikwijdte van de accountantscontrole en de inhoud van de accountantsverklaring als bedoeld in het derde lid.
2. Binnen drie maanden na ontvangst van de informatie, bedoeld in het eerste lid, stelt de minister van Binnen-landse Zaken de bijdrage definitief vast.
3. De minister van Binnenlandse Zaken kan een verleend voorschot geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de rekening, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewetdan wel uit een afzonderlijke verantwoording, voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, blijkt dat het bedrag niet in overeenstemming met deze regeling is besteed.
4. Indien in enig jaar geld onbesteed blijft, kan dit voor hetzelfde doel gereserveerd blijven. De gemeente dient hiertoe een bestedingsvoorstel in bij het ministerie van Binnenlandse Zaken als onderdeel van de verantwoording.
5. De minister van Binnenlandse Zaken kan nadere regels stellen over de reikwijdte van de accountantscontrole en de inhoud van de accountantsverklaring als bedoeld in het derde lid.