BWBR0008981
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 5
Regeling indicatie sociale werkvoorziening
1. Een lid van de commissie kan niet tevens zijn:
a. lid van de gemeenteraad van de gemeente die de commissie heeft ingesteld of aangewezen;
b. werknemer in dienst van, of bestuurslid werkend ten behoeve van, een door de gemeente voor de uitvoering van de wet aangewezen rechtspersoon;
c. werknemer in dienst van, of bestuurslid werkend ten behoeve van, een door de gemeente ingeschakelde begeleidingsorganisatie, bedoeld in artikel 1, onder d, van het Besluit arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening;
d. werknemer in dienst van een interne of externe arbodienst, bedoeld in artikel 2.6a van het Arbeidsomstandighedenbesluit die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 14, derde lid, laatste volzin, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 in de sociale werkvoorziening van de gemeente.
2. Een lid van de commissie laat zich vervangen door een plaatsvervangend lid met dezelfde deskundigheid, indien zijn betrekkingen met de aanvrager, de gemeente of de door de gemeente aangewezen rechtspersoon of ingeschakelde begeleidingsorganisatie een onafhankelijk oordeel bij de besluitvorming in de weg staat. Hiervan is in ieder geval sprake indien een lid van de commissie betrokken is bij de behandeling of begeleiding van de aanvrager of daarbij betrokken is geweest in de twee jaar voorafgaande aan de aanvraag.
a. lid van de gemeenteraad van de gemeente die de commissie heeft ingesteld of aangewezen;
b. werknemer in dienst van, of bestuurslid werkend ten behoeve van, een door de gemeente voor de uitvoering van de wet aangewezen rechtspersoon;
c. werknemer in dienst van, of bestuurslid werkend ten behoeve van, een door de gemeente ingeschakelde begeleidingsorganisatie, bedoeld in artikel 1, onder d, van het Besluit arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening;
d. werknemer in dienst van een interne of externe arbodienst, bedoeld in artikel 2.6a van het Arbeidsomstandighedenbesluit die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 14, derde lid, laatste volzin, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 in de sociale werkvoorziening van de gemeente.
2. Een lid van de commissie laat zich vervangen door een plaatsvervangend lid met dezelfde deskundigheid, indien zijn betrekkingen met de aanvrager, de gemeente of de door de gemeente aangewezen rechtspersoon of ingeschakelde begeleidingsorganisatie een onafhankelijk oordeel bij de besluitvorming in de weg staat. Hiervan is in ieder geval sprake indien een lid van de commissie betrokken is bij de behandeling of begeleiding van de aanvrager of daarbij betrokken is geweest in de twee jaar voorafgaande aan de aanvraag.