BWBR0008972
Geldig vanaf 1997-10-30
Artikel 5
Tijdelijke stimuleringsregeling gecombineerd goederenvervoer 1997
1. Het in artikel 3genoemde subsidieplafond wordt verdeeld in volgorde van ontvangst van de aanvragen. Indien meer aanvragen op dezelfde dag zijn ontvangen die betrekking hebben op een totaalbedrag dat aan subsidie toegekend zou kunnen worden dat hoger is dan het resterende gedeelte van het plafond, wordt dit naar evenredigheid over deze aanvragen verdeeld.
2. De Minister neemt uiterlijk binnen 3 maanden na ontvangst een beslissing op de aanvraag.
3. De Minister kan de aanvraag in ieder geval afwijzen indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet zal voldoen aan de verplichtingen, verbonden aan de subsidievaststelling.
4. De Minister kan de aanvraag voorts in ieder geval afwijzen indien de aanvrager:
a. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
b. failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
5. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen:
a. indien hij niet binnen de in artikel 4, eerste lid, genoemde periode bij Senter is ingediend;
b. voorzover de aanvraag geen betrekking heeft op de aanschaf van materieel als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
c. voor het gedeelte waarmee het subsidieplafond door verstrekking van de subsidie zou worden overschreden of indien het plafond is uitgeput;
d. voor het gedeelte waarmee het in artikel 2, vierde lid, genoemde maximum wordt overschreden;
e. voorzover de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met ingevolge het EU-Verdrag voor de staat geldende verplichtingen.
2. De Minister neemt uiterlijk binnen 3 maanden na ontvangst een beslissing op de aanvraag.
3. De Minister kan de aanvraag in ieder geval afwijzen indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet zal voldoen aan de verplichtingen, verbonden aan de subsidievaststelling.
4. De Minister kan de aanvraag voorts in ieder geval afwijzen indien de aanvrager:
a. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
b. failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
5. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen:
a. indien hij niet binnen de in artikel 4, eerste lid, genoemde periode bij Senter is ingediend;
b. voorzover de aanvraag geen betrekking heeft op de aanschaf van materieel als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
c. voor het gedeelte waarmee het subsidieplafond door verstrekking van de subsidie zou worden overschreden of indien het plafond is uitgeput;
d. voor het gedeelte waarmee het in artikel 2, vierde lid, genoemde maximum wordt overschreden;
e. voorzover de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met ingevolge het EU-Verdrag voor de staat geldende verplichtingen.