BWBR0008955
Geldig vanaf 1997-10-22
Artikel III
Wijzigingsbesluit Besluit woninggebonden subsidies 1995, Besluit op de stads- en dorpsvernieuwing en Besluit locatiegebonden subsidies
1. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan, uiterlijk zes maanden na de ontvangst van de volledige in artikel 28 van het Besluit woninggebonden subsidies 1995bedoelde bescheiden die op het jaar 1996 betrekking hebben, naar aanleiding van die bescheiden een besluit tot toekenning van een budget op voet van genoemd besluit geheel of gedeeltelijk intrekken. Hij kan daartoe overgaan, voor zover naar zijn oordeel op 31 december 1996, na vermindering van de niet bestede gelden met een bedrag ter hoogte van het toegekende budget ter uitvoering van het programma voor 1997, een hoger bedrag resteerde dan het bedrag ter hoogte van het budget dat op voet van het in de eerste volzin genoemde besluit ter uitvoering van het programma voor 1995 is toegekend. De artikelen 19, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en tweede en derde lid en 30, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het in de eerste volzin genoemde besluit blijven in zoverre buiten toepassing.
2. De eerste en tweede volzin van het eerste lid zijn niet van toepassing op ontvangers in de zin van het Besluit woninggebonden subsidies 1995voor welke die toepassing tot gevolg zou hebben dat het ten hoogste toegestane resterende bedrag lager is dan het ingevolge artikel 19, eerste lid, onderdeel a, van dat besluit ten hoogste toegestane resterende bedrag.
3. Wijzigt dit besluit.
2. De eerste en tweede volzin van het eerste lid zijn niet van toepassing op ontvangers in de zin van het Besluit woninggebonden subsidies 1995voor welke die toepassing tot gevolg zou hebben dat het ten hoogste toegestane resterende bedrag lager is dan het ingevolge artikel 19, eerste lid, onderdeel a, van dat besluit ten hoogste toegestane resterende bedrag.
3. Wijzigt dit besluit.