BWBR0008937
Geldig vanaf 1997-12-15
Artikel 3
Instelling Stuurgroep ouderen onderzoek
De taken van de Stuurgroep zijn:
1. een verkenning op hoofdpunten van de huidige situatie van het ouderenonderzoek in Nederland en van een beperkt aantal ons omringende landen, die het volgende dient op te leveren: een karakterisering van het ouderenonderzoek, met name de afgrenzing van verwante terreinen van onderzoek en de bij het ouderenonderzoek te betrekken disciplines.
een kwalitatieve en kwantitatieve beschrijving van de onderzoekinfrastructuur van het ouderenonderzoek in Nederland met aandacht voor inhoudelijke, organisatorische, bestuurlijke en financiële aspecten, waaronder organisatiestructuren, samenwerkingsverbanden, aanzetten tot instituutsvorming, lacunes en overlap, omvang en budget.
een globale beschrijving van de bestaande onderzoekinfrastructuur van het ouderenonderzoek in Engeland, Denemarken, Duitsland en Frankrijk, met name van de organisatorische en financiële aspecten en ‐ voorbeeldsgewijs ‐ van de kwaliteit en innovativiteit van de aldaar gekozen oplossingen.
een oordeel over de kwaliteit van het Nederlandse onderzoek op betreffend terrein in relatie tot dat in het buitenland.
een karakterisering van het ouderenonderzoek, met name de afgrenzing van verwante terreinen van onderzoek en de bij het ouderenonderzoek te betrekken disciplines.
een kwalitatieve en kwantitatieve beschrijving van de onderzoekinfrastructuur van het ouderenonderzoek in Nederland met aandacht voor inhoudelijke, organisatorische, bestuurlijke en financiële aspecten, waaronder organisatiestructuren, samenwerkingsverbanden, aanzetten tot instituutsvorming, lacunes en overlap, omvang en budget.
een globale beschrijving van de bestaande onderzoekinfrastructuur van het ouderenonderzoek in Engeland, Denemarken, Duitsland en Frankrijk, met name van de organisatorische en financiële aspecten en ‐ voorbeeldsgewijs ‐ van de kwaliteit en innovativiteit van de aldaar gekozen oplossingen.
een oordeel over de kwaliteit van het Nederlandse onderzoek op betreffend terrein in relatie tot dat in het buitenland.
2. het doen van aanbevelingen over: verdere concentratie en institutionele versterking van het ouderenonderzoek in Nederland, waaronder gewenste samenwerkingsverbanden/netwerken tussen medische faculteiten onderlingen tussen medische faculteiten en academische ziekenhuizen, maar ook met buitenuniversitaire en buitenlandse onderzoekinstituten.
gewenst aantal concentratiekernen en inhoudelijke, organisatorische, bestuurlijke en financiële vormgeving daarvan.
wijze waarop leemtes, die een goede kennisinfrastructuur in de weg staan, kunnen worden opgevuld.
potentiële gebieden van te verwachten wetenschappelijke doorbraken en hoe deze te bevorderen.
eventuele gewenste samenwerkingsverbanden met bedrijfsleven en fondsen.
optimale condities voor het bereiken van de verankering van het onderzoek binnen de onderzoekinfrastructuur van universitaire en niet-universitaire onderzoekinstellingen, onder andere het NIH.
optimale condities voor het gebruik van de onderzoekresultaten in de praktijk van de gezondheidszorg.
verdere concentratie en institutionele versterking van het ouderenonderzoek in Nederland, waaronder gewenste samenwerkingsverbanden/netwerken tussen medische faculteiten onderlingen tussen medische faculteiten en academische ziekenhuizen, maar ook met buitenuniversitaire en buitenlandse onderzoekinstituten.
gewenst aantal concentratiekernen en inhoudelijke, organisatorische, bestuurlijke en financiële vormgeving daarvan.
wijze waarop leemtes, die een goede kennisinfrastructuur in de weg staan, kunnen worden opgevuld.
potentiële gebieden van te verwachten wetenschappelijke doorbraken en hoe deze te bevorderen.
eventuele gewenste samenwerkingsverbanden met bedrijfsleven en fondsen.
optimale condities voor het bereiken van de verankering van het onderzoek binnen de onderzoekinfrastructuur van universitaire en niet-universitaire onderzoekinstellingen, onder andere het NIH.
optimale condities voor het gebruik van de onderzoekresultaten in de praktijk van de gezondheidszorg.
1. een verkenning op hoofdpunten van de huidige situatie van het ouderenonderzoek in Nederland en van een beperkt aantal ons omringende landen, die het volgende dient op te leveren: een karakterisering van het ouderenonderzoek, met name de afgrenzing van verwante terreinen van onderzoek en de bij het ouderenonderzoek te betrekken disciplines.
een kwalitatieve en kwantitatieve beschrijving van de onderzoekinfrastructuur van het ouderenonderzoek in Nederland met aandacht voor inhoudelijke, organisatorische, bestuurlijke en financiële aspecten, waaronder organisatiestructuren, samenwerkingsverbanden, aanzetten tot instituutsvorming, lacunes en overlap, omvang en budget.
een globale beschrijving van de bestaande onderzoekinfrastructuur van het ouderenonderzoek in Engeland, Denemarken, Duitsland en Frankrijk, met name van de organisatorische en financiële aspecten en ‐ voorbeeldsgewijs ‐ van de kwaliteit en innovativiteit van de aldaar gekozen oplossingen.
een oordeel over de kwaliteit van het Nederlandse onderzoek op betreffend terrein in relatie tot dat in het buitenland.
een karakterisering van het ouderenonderzoek, met name de afgrenzing van verwante terreinen van onderzoek en de bij het ouderenonderzoek te betrekken disciplines.
een kwalitatieve en kwantitatieve beschrijving van de onderzoekinfrastructuur van het ouderenonderzoek in Nederland met aandacht voor inhoudelijke, organisatorische, bestuurlijke en financiële aspecten, waaronder organisatiestructuren, samenwerkingsverbanden, aanzetten tot instituutsvorming, lacunes en overlap, omvang en budget.
een globale beschrijving van de bestaande onderzoekinfrastructuur van het ouderenonderzoek in Engeland, Denemarken, Duitsland en Frankrijk, met name van de organisatorische en financiële aspecten en ‐ voorbeeldsgewijs ‐ van de kwaliteit en innovativiteit van de aldaar gekozen oplossingen.
een oordeel over de kwaliteit van het Nederlandse onderzoek op betreffend terrein in relatie tot dat in het buitenland.
2. het doen van aanbevelingen over: verdere concentratie en institutionele versterking van het ouderenonderzoek in Nederland, waaronder gewenste samenwerkingsverbanden/netwerken tussen medische faculteiten onderlingen tussen medische faculteiten en academische ziekenhuizen, maar ook met buitenuniversitaire en buitenlandse onderzoekinstituten.
gewenst aantal concentratiekernen en inhoudelijke, organisatorische, bestuurlijke en financiële vormgeving daarvan.
wijze waarop leemtes, die een goede kennisinfrastructuur in de weg staan, kunnen worden opgevuld.
potentiële gebieden van te verwachten wetenschappelijke doorbraken en hoe deze te bevorderen.
eventuele gewenste samenwerkingsverbanden met bedrijfsleven en fondsen.
optimale condities voor het bereiken van de verankering van het onderzoek binnen de onderzoekinfrastructuur van universitaire en niet-universitaire onderzoekinstellingen, onder andere het NIH.
optimale condities voor het gebruik van de onderzoekresultaten in de praktijk van de gezondheidszorg.
verdere concentratie en institutionele versterking van het ouderenonderzoek in Nederland, waaronder gewenste samenwerkingsverbanden/netwerken tussen medische faculteiten onderlingen tussen medische faculteiten en academische ziekenhuizen, maar ook met buitenuniversitaire en buitenlandse onderzoekinstituten.
gewenst aantal concentratiekernen en inhoudelijke, organisatorische, bestuurlijke en financiële vormgeving daarvan.
wijze waarop leemtes, die een goede kennisinfrastructuur in de weg staan, kunnen worden opgevuld.
potentiële gebieden van te verwachten wetenschappelijke doorbraken en hoe deze te bevorderen.
eventuele gewenste samenwerkingsverbanden met bedrijfsleven en fondsen.
optimale condities voor het bereiken van de verankering van het onderzoek binnen de onderzoekinfrastructuur van universitaire en niet-universitaire onderzoekinstellingen, onder andere het NIH.
optimale condities voor het gebruik van de onderzoekresultaten in de praktijk van de gezondheidszorg.