BWBR0008928
Geldig vanaf 1997-10-11
Artikel 4
Regeling impuls achterstallig onderhoud alsmede btw-afdracht scholen vo
1. Het aantal m², bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt berekend op de grondslag van een vergelijking tussen het werkelijke aantal m² van het gebouw hoofdvestiging en de nevenvestiging en het normatief aantal m² van de school of scholengemeenschap, volgens het tweede tot en met het vierde lid.
2. Indien het werkelijk aantal m² van het gebouw hoofdvestiging groter is dan het normatief aantal m² van de school of scholengemeenschap, wordt het aantal m² berekend door het normatief aantal m² te verminderen met het werkelijke aantal m² van het gebouw hoofdvestiging voorzover het betreft permanente bouw na 31 december 1975 en noodbouw na 31 december 1985.
3. Indien het werkelijke aantal m² van het gebouw hoofdvestiging kleiner is dan het aantal normatieve m² van de school of scholengemeenschap, is het aantal m² van het gebouw hoofdvestiging, voorzover het betreft permanente bouw tot 1 januari 1976 en noodbouw tot 1 januari 1986, het berekende aantal m².
4. Indien:
a. het derde lid van toepassing is, en
b. de resterende normatieve m², op grond van het derde lid, verminderd met het werkelijk aantal m² van de nevenvestigingen, voorzover het permanente bouw betreft na 31 december 1975 en noodbouw na 31 december 1985 een positief aantal m² oplevert,
c. wordt dit aantal m², tot ten hoogste het werkelijke aantal m² van de nevenvestigingen, voorzover het betreft permanente bouw tot 1 januari 1976 en noodbouw tot 1 januari 1986, toegevoegd aan het op grond van lid 3, berekende aantal m².
2. Indien het werkelijk aantal m² van het gebouw hoofdvestiging groter is dan het normatief aantal m² van de school of scholengemeenschap, wordt het aantal m² berekend door het normatief aantal m² te verminderen met het werkelijke aantal m² van het gebouw hoofdvestiging voorzover het betreft permanente bouw na 31 december 1975 en noodbouw na 31 december 1985.
3. Indien het werkelijke aantal m² van het gebouw hoofdvestiging kleiner is dan het aantal normatieve m² van de school of scholengemeenschap, is het aantal m² van het gebouw hoofdvestiging, voorzover het betreft permanente bouw tot 1 januari 1976 en noodbouw tot 1 januari 1986, het berekende aantal m².
4. Indien:
a. het derde lid van toepassing is, en
b. de resterende normatieve m², op grond van het derde lid, verminderd met het werkelijk aantal m² van de nevenvestigingen, voorzover het permanente bouw betreft na 31 december 1975 en noodbouw na 31 december 1985 een positief aantal m² oplevert,
c. wordt dit aantal m², tot ten hoogste het werkelijke aantal m² van de nevenvestigingen, voorzover het betreft permanente bouw tot 1 januari 1976 en noodbouw tot 1 januari 1986, toegevoegd aan het op grond van lid 3, berekende aantal m².