BWBR0008909
Geldig vanaf 1997-09-22
Artikel 3
Regeling aanscherping vervoersverboden in toezichtsgebieden varkenspest 1997
Aan artikel 3a van de Regeling vervoersverbod vee Venhorst 1997, artikel 3a van de Regeling vervoersverbod vee Best 1997, artikel 4 van de Regeling vervoersverbod vee Nederweert 1997, artikel 4 van de Regeling vervoersverbod vee Soerendonk 1997, artikel 5 van de Regeling vervoersverbod vee Diessen 1997, artikel 5 van de Regeling vervoersverbod vee Dalfsen 1997, artikel 4 van de Regeling uitbreiding vervoersverbod vee Dalfsen 1997, artikel 5 van de Regeling vervoersverbod vee Schoondijke 1997 en artikel 5 van de Regeling uitbreiding vervoersverbod vee Schoondijke 1997 wordt telkens toegevoegd: , mits:
a. het vervoer naar het bedrijf waar zich het betrokken destructiemateriaal bevindt, alsmede het vervoer naar de destructor geschiedt langs een door de inspecteur-districtshoofd aangewezen route;
b. de voor dat vervoer gebruikte vervoermiddelen tijdens het vervoer op zodanige wijze zijn afgedekt dat verspreiding van smetstof niet kan plaatsvinden;
c. de voor dat vervoer gebruikte vervoermiddelen het in artikel 1 omschreven gebied uitsluitend verlaten langs een door de inspecteur-districtshoofd aangewezen plaats;
d. het betrokken vervoermiddel bij aankomst op en voor vertrek vanaf het bedrijf wordt gereinigd en ontsmet overeenkomstig artikel 5 van de Beschikking ontsmetting motorrijtuigen en aanhangwagens 1976, en
e. de inzittenden bij het verlaten en het opnieuw betreden van het betrokken vervoermiddel op het bedrijf, bedoeld in onderdeel a, een afdoende reinigings- en ontsmettingsbehandeling ondergaan.
a. het vervoer naar het bedrijf waar zich het betrokken destructiemateriaal bevindt, alsmede het vervoer naar de destructor geschiedt langs een door de inspecteur-districtshoofd aangewezen route;
b. de voor dat vervoer gebruikte vervoermiddelen tijdens het vervoer op zodanige wijze zijn afgedekt dat verspreiding van smetstof niet kan plaatsvinden;
c. de voor dat vervoer gebruikte vervoermiddelen het in artikel 1 omschreven gebied uitsluitend verlaten langs een door de inspecteur-districtshoofd aangewezen plaats;
d. het betrokken vervoermiddel bij aankomst op en voor vertrek vanaf het bedrijf wordt gereinigd en ontsmet overeenkomstig artikel 5 van de Beschikking ontsmetting motorrijtuigen en aanhangwagens 1976, en
e. de inzittenden bij het verlaten en het opnieuw betreden van het betrokken vervoermiddel op het bedrijf, bedoeld in onderdeel a, een afdoende reinigings- en ontsmettingsbehandeling ondergaan.