BWBR0008895
Geldig vanaf 1997-12-01
Artikel 4
Besluit opleidingseisen apotheker
De opleiding tot apotheker is zodanig ingericht dat de betrokkene:
a. voldoende kennis verwerft: 1°. van in de handel gebrachte geneesmiddelen en de voor hun bereiding gebruikte substanties, alsmede van de bereiding van geneesmiddelen in hun farmaceutische vorm;
2°. van de natuurkundige, scheikundige, biologische en microbiologische controle op geneesmiddelen;
3°. van het metabolisme, de uitwerking van geneesmiddelen, de werking van toxische stoffen en het gebruik van geneesmiddelen;
4°. om wetenschappelijke gegevens omtrent geneesmiddelen te kunnen beoordelen en op grond daarvan ter zake dienende inlichtingen te kunnen verstrekken;
5°. van de regelgeving, voor zover van belang voor de farmaceutische beroepsuitoefening;
6°. van medische hulpmiddelen, voor zover van belang voor de farmaceutische beroepsuitoefening;
7°. van de structuur en de financiering van de gezondheidszorg;
8°. van het opslaan, bewaren en distribueren van geneesmiddelen;
9°. van informatie- en registatiesystemen;
1°. van in de handel gebrachte geneesmiddelen en de voor hun bereiding gebruikte substanties, alsmede van de bereiding van geneesmiddelen in hun farmaceutische vorm;
2°. van de natuurkundige, scheikundige, biologische en microbiologische controle op geneesmiddelen;
3°. van het metabolisme, de uitwerking van geneesmiddelen, de werking van toxische stoffen en het gebruik van geneesmiddelen;
4°. om wetenschappelijke gegevens omtrent geneesmiddelen te kunnen beoordelen en op grond daarvan ter zake dienende inlichtingen te kunnen verstrekken;
5°. van de regelgeving, voor zover van belang voor de farmaceutische beroepsuitoefening;
6°. van medische hulpmiddelen, voor zover van belang voor de farmaceutische beroepsuitoefening;
7°. van de structuur en de financiering van de gezondheidszorg;
8°. van het opslaan, bewaren en distribueren van geneesmiddelen;
9°. van informatie- en registatiesystemen;
b. voldoende vaardigheid verwerft in: 1°. het communiceren en samenwerken met andere werkers in de gezondheidszorg;
2°. het geven van voorlichting en advies omtrent het gebruik van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen aan zorgverleners en patiënten;
3°. de praktijkvoering als apotheekhoudende;
4°. de bereiding van geneesmiddelen in hun farmaceutische vorm.
1°. het communiceren en samenwerken met andere werkers in de gezondheidszorg;
2°. het geven van voorlichting en advies omtrent het gebruik van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen aan zorgverleners en patiënten;
3°. de praktijkvoering als apotheekhoudende;
4°. de bereiding van geneesmiddelen in hun farmaceutische vorm.
a. voldoende kennis verwerft: 1°. van in de handel gebrachte geneesmiddelen en de voor hun bereiding gebruikte substanties, alsmede van de bereiding van geneesmiddelen in hun farmaceutische vorm;
2°. van de natuurkundige, scheikundige, biologische en microbiologische controle op geneesmiddelen;
3°. van het metabolisme, de uitwerking van geneesmiddelen, de werking van toxische stoffen en het gebruik van geneesmiddelen;
4°. om wetenschappelijke gegevens omtrent geneesmiddelen te kunnen beoordelen en op grond daarvan ter zake dienende inlichtingen te kunnen verstrekken;
5°. van de regelgeving, voor zover van belang voor de farmaceutische beroepsuitoefening;
6°. van medische hulpmiddelen, voor zover van belang voor de farmaceutische beroepsuitoefening;
7°. van de structuur en de financiering van de gezondheidszorg;
8°. van het opslaan, bewaren en distribueren van geneesmiddelen;
9°. van informatie- en registatiesystemen;
1°. van in de handel gebrachte geneesmiddelen en de voor hun bereiding gebruikte substanties, alsmede van de bereiding van geneesmiddelen in hun farmaceutische vorm;
2°. van de natuurkundige, scheikundige, biologische en microbiologische controle op geneesmiddelen;
3°. van het metabolisme, de uitwerking van geneesmiddelen, de werking van toxische stoffen en het gebruik van geneesmiddelen;
4°. om wetenschappelijke gegevens omtrent geneesmiddelen te kunnen beoordelen en op grond daarvan ter zake dienende inlichtingen te kunnen verstrekken;
5°. van de regelgeving, voor zover van belang voor de farmaceutische beroepsuitoefening;
6°. van medische hulpmiddelen, voor zover van belang voor de farmaceutische beroepsuitoefening;
7°. van de structuur en de financiering van de gezondheidszorg;
8°. van het opslaan, bewaren en distribueren van geneesmiddelen;
9°. van informatie- en registatiesystemen;
b. voldoende vaardigheid verwerft in: 1°. het communiceren en samenwerken met andere werkers in de gezondheidszorg;
2°. het geven van voorlichting en advies omtrent het gebruik van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen aan zorgverleners en patiënten;
3°. de praktijkvoering als apotheekhoudende;
4°. de bereiding van geneesmiddelen in hun farmaceutische vorm.
1°. het communiceren en samenwerken met andere werkers in de gezondheidszorg;
2°. het geven van voorlichting en advies omtrent het gebruik van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen aan zorgverleners en patiënten;
3°. de praktijkvoering als apotheekhoudende;
4°. de bereiding van geneesmiddelen in hun farmaceutische vorm.